is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEDENDAAGSCHE OORLOGSSCHEPEN.

53

het gevecht leiden moet, ja zelfs, dat in sommige gevallen de beslissende handeling, de kern van het artillerie-gevecht, tot enkele oogenblikken zal worden ineengedrongen. Hieruit blijkt, dat het in deze omstandigheden meer dan ooit zaak is, geen schot, maar ook geen gunstig oogenblik tot het doen van een schot, te laten verloren gaan, waartoe het noodig is, dat het innig verband tusschen de manoeuvres van het schip en de wijze van vuren steeds bewaard blijve. Om dit verband te onderhouden, dient de kennis van des bevelhebbers wenschen en bedoelingen, door voorafgaande bespreking verkregen, om zoo te zeggen door de geheele batterij verspreid te zijn, en dit kan alleen worden bereikt, door indeeling van een groot aantal officieren in de batterij. Hunne rol zal voornamelijk zijn het aanwijzen aan de commandeurs van het oogenblik, waarop zij het doel in de richting zullen krijgen, en het bepaalde punt van het vijandelijk schip, waarop zij hebben te richten, aanwijzingen, die krachtens al het bovenaangevoerde, niet door een algemeen commando of signaal kunnen worden overgebracht. Vooral ook met het oog op de verandering, die in de bedoeling van den commandant ten deze kan ontstaan gedurende den loop van het gevecht, is het noodig, dat het hier omschreven verband tusschen den bevelhebber van het schip en de commandeurs der stukken wordt onderhouden door officieren, die eerder de met een enkel woord gegeven instructie zullen begrijpen dan een onderofficier of mindere. Ook voor de gevallen van tijdelijke stagnatie in het bevel of in de overbrenging der bevelen, — men denke aan de vernieling van telegrafen en spreekbuizen — is de aanwezigheid van ontwikkelde personen naast de commandeurs der stukken een vereischte.

Is dit alles waar, dan zal ook het belang van commando's voor de geheele batterij en van signalen op den achtergrond treden, en dan zal hiermede eene moeielijkheid in den bestaanden toestand grootelijks zijn verminderd, want de overbrenging van bevelen zooals thans in onze reglementen is voorgeschreven, moet wel zeer ondoelmatig blijken, door het oorverdoovend en vooral, met de toename van snelvuurgeschut in de bewapening, zoo voortdurend geweld, dat in werkelijk gevecht zal heerschen. Men bedenke ook, dat men wel het eigen vuur een oogenblik kan doen ophouden, ten einde 'een commando verstaanbaar te maken, maar niet dat van den vijand.

Met het oog op het voortdurend geschutvuur durf ik ook de trom, die in onze batterij-signalen tot dusver de hoofdrol speelt, ondoelmatig achten, en de voorkeur geven aan signaalmiddelen, die een schel geluid geven, zooals de hoorn. Het gebruik van trom en hoorn in het leger wijst ons den weg: op marsch de trom, in het gevecht de hoorn. De trom kan dus ook behouden worden voor alle signalen voor den dagelijkschen dienst, ook voor het gereedmaken tot het gevecht, maar zoodra eenmaal het geschutvuur geopend wordt, gebruike men alleen den hoorn, aangevuld, zoo noodig, door de bootsmansfluit, de gong of een schelle stoomfluit.

Beperking van het aantal signalen is aan te bevelen, omdat de moeielijkheid, ze te onderscheiden, anders te zeer klimt, vooral voor