is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZER HEDENDAAGSCHE OORLOGSSCHEPEN.

205

ieder halfjaar herhaald moeten worden, of niet; klaarblijkelijk zoude zoowel het een als het ander noodig kunnen zijn, afhankelijk van de geoefendheid van den commandeur.

Als het voornaamste gebrek der bestaande voorschriften voor de oefeningen in het vuren moet echter m. i. worden aangemerkt, dat zij geene rekening houden met de eischen, die het gevecht tusschen hedendaagsche oorlogsschepen aan den commandeur stelt, en geheel verschillend zijn van die, welke gelden bij eene oefening in het vuren, zooals tot dusver op onze schepen gebruikelijk —en dat klaarblijkelijk de trefzekerheid der commandeurs het eenige doel is, dat men zich met deze bepalingen ten doel stelt, in stede van de oefeningen in het vuren ook dienstbaar te maken aan de ervaring van bevelhebbers en officieren, en aan de beoordeeling van zoo menig onderdeel der inrichting van het schip, waarvan de doelmatigheid in nauw verband staat met het succes in een zeegevecht.

In het reeds boven aangehaalde opstel «vuurleiding" trachtte ik eene voorstelling te geven van den vermoedelijken loop van een geschutgevecht tusschen hedendaagsche schepen. Wie zal ontkennen, dat zulk een gevecht moeielijkheden medebrengt, die het der moeite waard is zooveel mogelijk onder de oogen te zien?

Het oorverdoovende geraas door het vuur van vele vuurmonden, waaronder tal van snelvurende, en aangevuld door draagbare vuurwapenen, maakt de overbrenging van bevelen, zoowel door seinen als mondeling, uiterst moeielijk, misschien dikwijls ten eenenmale onmogelijk. De snelle beweging van doel en opstellingsvlak onderling, de rook van andere vuurmonden, de onmogelijkheid om de schoten te observeeren, of aanwijzingen omtrent afstand en vaartcorrectie te verkrijgen, scheppen voor den commandeur allerlei moeielijkheden, daargelaten nog de werking van het gebulder van zooveel geschut op zijn zenuwen, en de neiging zoo snel mogelijk te vuren. De aanvoer van munitie stelt bijzonder hooge eischen aan het personeel daarmede belast. In de machinekamer schept de gevechtstoestand eigenaardige bezwaren, misschien zelfs gevaren, die het niet mogelijk is te overwinnen, zonder ze eerst te leeren kennen.

Snel stoomen en tegelijk zoo snel, zooveel mogelijk vuren, aan het hedendaagsche zeegevecht eigen, moeten ook in vredestijd nu en dan worden beoefend, wil het schip werkelijk strijdvaardig zijn.

Wel veroorloven ook de tegenwoordige voorschriften vuren onder stoom, na het verkrijgen van voldoende trefzekerheid met stilligend schip, en verbieden niet dat men vuuroefeningen houdt met de bemanning in de alarmstelling; maar zij stellen allerlei voorwaarden, die de uitvoering eener oefening als boven bedoeld uitsluiten. Door herhaaldelijk te drukken op de noodzakelijkheid, dat de schijf een behoorlijke grootte moet hebben, en nog bovendien te waarschuwen tegen het kiezen van een te grooten afstand, wordt het vermoeden gewekt, dat er veel waarde aan wordt gehecht, den commandeur bij ieder schot de gelegenheid te verschaffen, het resultaat van zijne bedrevenheid in den vorm van een treffer in de schijf te doen waarnemen; wat bij eene gevechtsvuuroefening