is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2<>G

DE VUUROEFENINUEN AAN BOORD

als bovenbedoeld niet altijd mogelijk zal zijn. Bovendien bij eene oefening als deze, die medebrengt, dat met volle kracht betrekkelijk dicht langs de schijf gestuurd wordt, zal de schijf meestal drijvend moeten zijn en niet op den wal geplaatst kunnen worden, zooals art. 9 voorschrijft.

In ieder geval wordt niet, zooals op grond van het bovenstaande voor het moderne zeegevecht noodzakelijk schijnt, voorgeschreven, dat de oefening in het vuren nu en dan bepaaldelijk met het doel, de omstandigheden van het gevecht zooveel mogelijk na te bootsen, gehouden moet worden met het schip onder stoom met groot vermogen, en alle vuurmonden tegelijk bediend wordende, waarbij bepaaldelijk ook het bereiken van eene groote vuursnelheid moet worden nagejaagd.

Menigeen zal misschien, steunende op het argument, dat ook bij zulk eene oefening onder stoom het gevecht nooit volledig kan worden nagebootst — wat ik niet ontkennen kan — de toegestane schoten liever behouden teneinde de trefzekerheid der commandeurs te verhoogen, maar hiertegenover bedenke men, dat een getal van drie of zes schoten per halfjaar toch ten eenenmale onvoldoende is om trefzekerheid te verkrijgen, maar vooral, dat de kleine kanonnen, in de groote vuurmonden gecentreerd, en geweerschietinrichtingen op de kanonnen aangebracht, thans goedkooper en zeer doelmatige oefeningsmiddelen verschaffen, waarvan het gebruik veel minder beperkt behoeft te zijn. De taak om trefzekerkerheid te verschaffen aan den een, te onderhouden bij den ander, komt dus uitsluitend aan deze inrichtingen toe, zoodat de scherpe schoten kunnen worden gebruikt voor die oefening, waarbij de trefzekerheid mede gebaat wordt, maar die bovendien onmisbaar is voor de aankweeking van vuursnelheid en vuurdiscipline en het eenige middel levert om commandant en officieren althans eene zekere oefening en ervaring in gevechtstoestanden eigen te maken.

Dat na zulk een oefening de verschoten projectielen niet kunnen worden teruggevonden, mag tegenover het groote nut der oefening niet te zwaar wegen.

Omtrent de grootte der schijven is de inhoud van Bijlage A. niet altijd duidelijk. Zoo b.v. in de laatste alinea van art. 15, waarin wordt gezegd, dat de oefening der manschappen bij te grooten afstand of te kleine afmetingen der schijven weinig zou beteekenen, z/omdat de gelegenheid ontbreekt hen op hunne fouten te wijzen".

Nu is juist bij drijvende schijven, of bij schijven, opgesteld op een vlak strand, of eene zandplaat, zooals dikwijls voorkomt, de gelegenheid om van niet-treffers partij te trekken, door waarneming van den aanslag op het water of het zand uitstekend. De kunst om uit deze aanslagen tot de fout in de vorige richting te besluiten, door doelmatige keuze van het waarnemingspunt vooral, mocht zelfs wel wat meer beoefend worden dan thans geschiedt. Alleen als de schijf op een begroeid of heuvelachtig terrein staat, kunnen de aanslagen aan het oog onttrokken worden.

Wel verre dus, dat men bij vuren met scheepsgeschut eene betrekkelijk groote schijf zoude behoeven, kan gezegd worden, dat