is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24:2

OVER DE OPLEIDING ONZER ZEEOFFICIEREN.

ren beoordeelen, vooral met het oog op de neiging om in den vreemde steeds het beste te willen zien. In algemeenen zin moet echter het onderwijs, ook in de kennis der artillerie, daarop gericht zijn dat de batterij-, toren- en sectiecommandanten in het gevecht de grootst mogelijke steun van den commandant zijn, ook dan, wanneer de communicatiemiddelen zijn vernield. Voor dezen laatste is kennis van vreemd materiëel wel van belang o. a. bij de bepaling van den afstand, waarop hij een gevecht zal openen en verder leiden. Onderwijs daarin behoort dus bij den aanvullingscursus.

Genoemde richting van het onderwijs betreft natuurlijk alleen de bepaald noodige vakken; naast deze staan de animeerende — ik weet geen duidelijker naam — vakken, welker moreele invloed moet bepalen in 'hoeverre daarin onderwijs gegeven zal worden; terwijl, wil de toekomstige zeeofficier op denzelfden trap van algemeene ontwikkeling staan bij de intrede in zijne carrière als dit in andere betrekkingen het geval is, weder een ander gedeelte van het onderwijs daarop berekend behoort te worden. Het zal zeker vele bezwaren hebben den tijd te bepalen, welke daarvoor mag worden afgezonderd; zooveel is echter zeker, dat tegenwoordig de algemeene ontwikkeling der zeeofficieren niet opvallend is en het onderwijs in de laatste jaren der opleiding te exact en te technisch is om als grondslag te kunnen dienen voor latere zelfstandige algemeene ontwikkeling. Toch is het wenschelijk dat zij in het denkend deel der natie eene hun waardige plaats innemen.

Onder de animeerende vakken bekleeden een voorname plaats de geschiedenis van het zeewezen in het algemeen, van het Nederlandsche in het bijzonder ; de levensgeschiedenis van groote mannen ; de onpartijdige beschouwing der groote zee-oorlogen. C. S. spreekt in dat opzicht o. a. van de nog verre van waardelooze lessen uit het roemrijk verleden der zeilvloten. Doch de wetenschappelijke waarde daarvan komt mij zeer betrekkelijk voor. Onze voor den tegenwoordigen tijd in principe aangenomen wijze van optreden verschilt daarvoor te veel van die der zeilvloten en men zou dus moeten teruggaan tot vóór de Armada, tot gevechten op de Gouwe en dergelijke. J) Naar ik meen is in den laatsten tijd in Duitschland aan de histoire contemporaine bij het onderwijs meer beteekenis toegekend dan aan dat der oudere geschiedenis en voor de beoordeeling der waarde van het tegenwoordig materieel en de wijze van er mede te ageeren schijnt mij dit ook de rationeele methode.

Gelijk ik boven zeide moet dit ook niet het eenige doel zijn van onderwijs in de geschiedenis van het zeewezen, terwijl ik daaraan nog wel mag toevoegen, dat het door mij beoogde doel verloren gaat voor allen wier traditieknobbel niet of weinig ontwikkeld is.

Het is duidelijk, dat de basis van het stelsel van C. S. 1°. elementaire kennismaking; 2°. practisch gebruik; 3°. meer weten-

1) Wij vochten later ook nog wel eens op binnenwateren, o.a. op het Slaak (1631); maar de zee was toen reeds ons eigenlijk oorlogsterrein, al prefereerden de Staten de binnenwateren om de goedkoopte.