is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2S.-

de aanleiding tot de lombok-expeditie

het noodzakelijk den Eesident van Bali en Lombok in de maand Juni van dit jaar naar Lombok te zenden, om in eene samenkomst met de vorsten van dat eiland dezen in te lichten omtrent de grieven der Eegeering en de eischen, die zij meende hun te moeten stellen. Zoowel de grieven als de eischen waren samengevat in eene memorie, waarvan de korte inhoud als volgt luidt:

Toen in Juni 1891 het bestuur van Karang-Asem l) krijg voerde tegen de Dewa-Agoeng van Kloen-Kloeng zijn de vorsten van Lombok begonnen, zonder het Gouvernement daarin te kennen, troepen en oorlogsbehoeften naar Bali over te voeren, om den vorst van Karang-Asem bij te staan.

In Augustus d. a. v. brak op Lombok zelf de opstand der Sassaksche bevolking uit. De vorsten verzuimden aan het Gouvernement eenige kennisgeving aangaande dien opstand te doen toekomen.

Toen daarop de controleur van Bali, Lieprinck, in den loop van 1892 het verzoek deed om te Mataram door de vorsten te worden outvangen, werd onder gezochte voorwendsels aan dat verzoek geen gevolg gegeven, terwijl twee brieven van den Eesident van Bali onbevredigend en ontwijkend werden beantwoord.

De vorston voerden wapens in zonder eenige vergunning daartoe van het Gouvernement te vragen en bezigden zelfs voor het vervoer van troepen over zee en voor andere oorlogsdoeleinden stoomvaartuigen met geheel of gedeeltelijk Europeescne bemanning. Zij gingen hiermede voort, hoezeer zij ook herhaaldelijk er op gewezen werden, dat de invoer van wapens en oorlogsmaterieel in geheel Nederlandsch-Indië, waarvan Lombok ingevolge art. 1 van bovengenoemd contract een deel uitmaakt, verboden is, tenzij na verkregen toestemming van het Gouvernement, en dat de NederlandschIndische Eegeering het gebruik van de bedoelde stoomschepen voor oorlogsdoeleinden in geen geval kon toestaan.

Aan den gezagvoerder van een der schepen verboden de vorsten zelfs om aan boord van Hr. Ms. oorlogsschepen te gaan, hetgeen tengevolge had dat de bedoelde gezagvoerder, toen hij daartoe werd uitgenoodigd, weigerde aan boord dier oorlogsschepen te komen, en zich zelfs tegenover de Marine-autoriteiten zeer ongepast gedroeg. Toen de Eesident van Bali en Lombok daarop persoonlijk op Lombok kwam om opheldering te vragen aan de vorsten omtrent deze feiten, werd hij verhinderd zich met hen te verstaan en werd namens hen door Anak Madé op hoogen toon verklaard, dat het Lomboksche Bestuur zich door de voorschriften betreffende den invoer van oorlogsbehoeften en het verbod om vaartuigen als bovengenoemde voor oorlogsdoeleinden te gebruiken, niet gebonden achtte; verontschuldigingen over het onbehoorlijk gedrag van den scheepsgezagvoerder werden geweigerd. Ook later in hunne brieven wilden de vorsten er nooit toe komen de bevoegdheid te erkennen

1) Na de 3de Bali-expeditie in 1849, gedurende welke de vorst van Mataram zich verdienstelijk had gemaakt tegenover de Indische Regeering, heeft deze ter belooning voor die diensten dien vorst het Rijk KarangAsem weder teruggegeven.