is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

memorie van antwoord.

495

Wat betreft de opmerkingen aangaande de verhoogingen, voorgesteld bij de artt. 34 en 37, vermeent ondergeteekende te mogen verwijzen naar de toelichtingen daarop betrekking hebbende, waaruit kan blijken, dat zoowel rekening is gehouden met den tijd waarop de leeraren respectievelijk aan genoemde inrichtingen werkzaam zijn als met den ijver en de geschiktheid tot doceeren, door hen aan den dag gelegd en met de verdere eischen, die hun worden gesteld.

Hde Afdeeling.

Het bericht in de dagbladen betreffende de benoeming eener commissie tot het behandelen van eenige vragen betreffende de arbeidsloonen en arbeidstijden van het personeel, werkzaam op 's Rijks werven, is juist. Ondergeteekende achtte het wenschelijk om in een tijd, waarin deze onderwerpen overal in behandeling komen, zich dienaangaande te doen voorlichten.

Of eene eventueele bevredigende afdoening veel of weinig verhooging van productiekosten zal medebrengen, is vooralsnog moeielijk te zeggen.

De meening deelende, dat het herhaald wegzenden van werklieden in den loop van het jaar slechts te voorkomen is wanneer steeds schepen in verschillend stadium van aanbouw voorhanden zijn, vertrouwt ondergeteekende, dat het daaraan in de eerstvolgende jaren wel niet zal behoeven te ontbreken, nu er nog zooveel gedaan zal moeten worden om het verouderde materieel van de zeemacht door nieuw te vervangen. Blijkt het mogelijk een plan van aanbouw voor eenige jaren vast te stellen, dan zal deze aangelegenheid daardoor stellig worden bevorderd.

Art. 14. Op de loopende begrooting werd uitgetrokken ten behoeve van artillerie-goederen voor de in aanbouw zijnde schepen ƒ835 250, op deze begrooting slechts /100 000. Vandaar hoofdzakelijk liet verschil tussehen de raming van het artikel voor 1894 en 1895. Overigens werd voor 1895 natuurlijk niet meer geraamd dan noodig is om den artillerievoorraad, in verband met het jaarlijksch verbruik, aan te vullen en te voorzien in de behoefte aan munitie voor het snelvuurgeschut, dat in 1895 voorhanden zal zijn.

Het voor nieuwe schepen bestemde artilleriematerieel wordt niet aangeschaft dan tegen den tijd, waarop de bouw zoover is gevorderd, dat het geschut dadelijk na de levering op de schepen kan worden geplaatst. Door aldus te handelen wordt het voordeel verkregen, dat bij de bestelling van de laatstelijk uitgevonden verbeteringen kan worden geprofiteerd en worden kosten van onderhoud van te vroeg geleverd materieel vermeden. Ondergeteekende vermeent derhalve dat het geene aanbeveling verdient in deze wijze van aanschaffing verandering te brengen.

Art. 15. Het verschil, dat blijkens bijlage Fiv bestaat tussehen den aanwezigen voorraad spartorpedo's en dien benoodigd voor de bewapening der vloot is een gevolg van het ontvallen der dwarsspartorpedo-bewapening aan de tegenwoordige fregatten. Naarmate