is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

660

BEN VADERLANDSCH FONDS V0OE DE ZEEMACHT.

ontwerpers in staat een vast „Vaderlandsch Fonds" daar te stellen, waaruit nog lieden te gemoet wordt gekomen aan weduwen en weezen, wier eclitgenooten en vaders in 's Lands zeedienst gesneuveld, verongelukt of' verminkt zijn.

Op deze stichting, het Vaderlandsche fonds in het algemeen tot aanmoediging van 's Lands zeedienst en in 't bijzonder tot ondersteuning der behoeftige weduwen van gesneuvelde zeevarenden in denzelfden dienst, en waaruit, drie jaren na den zeeslag van Doggersbank, de Kweekschool voor Zeevaart te Amsterdam is voortgesproten, wenschen wij in deze regelen de aandacht te vestigen.

Wij doen dit omdat wij meenen, dat het bestaan en de werkkring van dit fonds niet van zoo algemeene bekendheid is, zelfs bij de marine, als het verdient te zijn.

Daarom gelooven we niet beter te kunnen doen dan het reglement van het fonds hier in zijn geheel te laten volgen, zooals het in de vergadering van commissarissen van 24 November 1869 vastgesteld en in de vergadering van 25 Februari 1890 is gewijzigd.

Art. 1. Het Vaderlandsch fonds ter aanmoediging van's Lands zeedienst geeft ondersteuning aan behoeftige zeelieden, die in 's Lands zeedienst in eene actie te water verminkt zijn geworden, en aan de betrekkingen van hen, die daarbij zijn gesneuveld.

Met eene actie te water wordt gelijk gesteld eene actie te land, wanneer die actie gevoerd wordt door gedebarqueerde zeelieden of mariniers.

In de ondersteuning kunnen worden opgenomen:

le klasse: weduwen van gesneuvelde zeelieden.

2e > zwaar verminkten.

3" t verminkten.

4» , ouders, of een van beide van gesneuvelde ongehuwde zeelieden.

5" „ kinderen van gesneuvelden, tevens hunne moeder missende.

Art. 2. Commissarissen mogen nimmer aan gratificatiën overschrijden de beschikbare renten van het Fonds. Deze renten zullen in de eerste plaats strekken tot betaling der gratificatiën, vallende onder de eerste klasse ; wanneer er dan nog penningen voorhanden zijn, tot betaling der gratificatiën van de tweede klasse enz., met dien verstande, dat iedere vroegere klasse de prioriteit heeft boven eene latere, en deze latere klasse eerst dan in aanmerking komt, wanneer de tot de vroegere klasse behoorenden zijn uitbetaald en er nog penningen voorhanden mochten zijn.

Zij, die eenmaal in de ondersteuning van dit Fonds zijn opgenomen, hebben evenwel altijd den voorrang boven latere aanvragen, ook dan, wanneer die tot hoogere klassen behooren.

Art. 3. De behoeftigheid wordt bewezen door het overleggen van certificaten van onvermogen, door de bevoegde autoriteiten afgegeven, - zulke andere bewijzen als commissarissen zullen vorderen.