is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten dienste der hydrographie in nederlandsch indië.

9

sprongetje gemaakt worden over een gaping in de redeneering om ter bestemde plaatse aan te komen. Prof. Schwerd, specialiteit op het gebied der Europeesche graad meting, heeft dan ook verklaard «dass er von der Methode der kleinsten Quadrate nichts wissen wollte", (Bauernfeind II p. 246). Dat is dus vrij duidelijk uitgedrukt.

Behalve de hierboven medegedeelde wijze van breedte- en lengtebepalingen door wat men aan boord zou noemen: dicht-bijden-middagbreedte en tijdmeterlengte, zijn er vele anderen. De correctie tijdmeter kan o. a. bepaald worden door aan te teekenen het oogenblik waarop een hemellicht den meridiaan passeert, dan is dus

Corr. tijdm. tot M. T. obs.pl. = M. T. v. doorg. + aanw. tijdm.

De observatie zelve is eenvoudig, maar een instrument is nimmer juist in den meridiaan te zetten en de bijkomende correcties maken het werk omslachtig; bij reizend astronomisch werk, waarbij geen tijd is meridiaanteekens op te stellen en dus ook breedtebepalingen in den meridiaan niet zijn aan te bevelen, blijven derhalve de vroeger vermelde methoden in navolging van Prof. Oudemans verreweg de verkieselijksten.

Keeren we than3 tot den verderen loop der werkzaamheden bij de Astr. Plaatsbepalingen terug. Ruim 15 jaar bleef de heer Oudemans er aan verbonden en repatrieerde daarna, om het directeurschap der sterrewacht te Utrecht te aanvaarden. Hier ontvingen zijne opvolgers, waartoe successievelijk de luitenants ter zee le kl. A. P. Tadema, W. F. Blaauw, L. A. H. Lamie en onder geteekende werden aangewezen, de vereischte opleiding en zeker kon deze aan geen betere handen worden toevertrouwd dan aan die van hem, die èn op het gebied der theoretische èn op dat der practische astronomie zulk een Europeeschen naam heeft verworven.

De luitenant ter zee Tadema was van Februari '79 tot Juli '80 werkzaam in Straat Karimata, op de eilanden nabij Billiton, de W.-kust en ZO.-kust van Borneo en de omliggende eilanden; voor ziekte keerde hij daarna naar Holland terug. Evenals vroeger werd een oorlogsschip voor het vervoer beschikbaar gesteld.

De luitenant ter zee Blaauw, die hem opvolgde (van 1882— '84), was in den aanvang op dezelfde wijze werkzaam op de Z.-kust van Borneo, tusschen de Barito en Poeloe Laut en op eenige eilanden in de Javazee. Bij een volgende reis werd hem tevens het commando over het beschikbaar gestelde oorlogsschip opgedragen en daarmede in 1883 en '84 een serie punten bepaald langs Borneo's O.-kust, vanaf de Koeteirivier tot voorbij de Sint-Luciabaai en op de eilanden langs die kuststrook in Straat Makasser.

Met de komst van den luitenant ter zee Lamie in 1886 werd evenwel een andere en betere regeling ingevoerd. De proef nl. van gelijktijdig commandeeren en observeeren was gebleken minder practisch te zijn. Het varen langs onbekende slecht in kaart gebrachte kusten is zorgelijk en niet wel te vereenigen met het op zichzelf ook reeds vermoeiende werk der Astron. Plaatsbepalingen,