is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

arbitrage en vrede.

„de toetreding van elke regeering en haar deelneming in „de samenstelling van het Hof zijn geheel vrijwillig;

„alle toegetreden staten staan ten opzichte van het Hof „volkomen gelijk;

»de uitspraken van het Hof moeten bindende kracht hebben."

Eene levendige discussie was het gevolg van dit voorstel. Sommigen wilden eerst een wetboek van volkenrecht, anderen gaven boven een scheidsgerechtshof de voorkeur aan goede arbitragetractaten, enkelen achtten de instelling van een Hof de laatste °en niet de eerste schrede op den weg des vredes. Daartegenover werd opgemerkt dat toen het recht van den sterkste plaats ging maken voor de gerechtigheid, men eerst rechters aanstelde °en later wetten volgden, terwijl bij het sluiten van arbitrage-tractaten met het bestaan van het Hof rekening kan worden gehouden.

Ten slotte werden de voorgedragen beginselen met groote meerderheid aangenomen, het eerste aldus gewijzigd,

„De nationale onafhankelijkheid is onvervreemdbaar en „onschendbaar,"

terwijl de gevraagde commissie van zes leden werd benoemd, waaronder een Nederlander, Mr. E. N. Rahusen, lid der Eerste Kamer. De overige leden waren een Belgisch, een Duitsch en een Engelsch afgevaardigde, een Fransch senator en een lid van den Zwitserschen bondsraad.

Hierna werd de volgende motie aangenomen :

„De conferentie spreekt den wensch uit dat de mogend»heden zich met elkander mogen verstaan over de bijeen„roeping van een internationaal congres, welks doel in het „bijzonder zoude zijn het onderzoek van die wijzen van „scheidsrechterlijke uitspraak, welke geschikt zijn om op „vreedzame wijze de geschillen op te lossen, welke tusschen „de staten kunnen ontstaan. '

Een voorstel om de ontwapening in de motie op te nemen werd verworpen, en verder besloten haar aan den Minister van Buitenlandsche Zaken der Vereenigde Staten te zenden ten einde haar aan de mogendheden mede te deelen en hare uitvoering te bevorderen.

Ten slotte werden nog motiën aangenomen strekkende om den leden aan te bevelen zich bij politieke handelingen, aan welke zij geroepen zijn deel te nemen, steeds te plaatsen op het verheven standpunt der gerechtigheid; en om bij de parlementen het vraagstuk der bescherming van den particulieren eigendom ter zee aanhangig te maken.

Een adres aan de pers, dat vastgesteld werd, bevatte in hoofdzaak de erkenning van haren invloed op de openbare meening in bewogen tijden en van hare beteekenis ten opzichte der verwezenlijking van de beginselen der conferentie, met het verzoek om hare medewerking door gematigdheid te betrachten in de artikelen over