is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256

he. ms. pantserdekschip \t koningin "wilhelmina" enz.

hoopte dat de ïransvaalers een eensgezinde natie zouden blijven en dat men steeds de onafhankelijkheid der Republiek zou blijven handhaven.

De President, den Commandant dank zeggende, zeide dat het ook hem een waar genoegen deed zich op een Hollands oorlogschip te bevinden, omdat in den tijd toen de onafhankelijkheid des lands was aangerand, Holland het eerste land geweest was om tegen de annexatie door Engeland te protesteeren. En dat in den oorlog de Hollanders hun sympathie getoond hadden door het zenden van geld en hulp om voor gewonden zorg te dragen. Ook was het te danken aan den grooten steun van Holland, toen de Republiek nog geen vrienden en geen vertrouwen bezat, dat de spoorweg tussen Pretoria en Delagoabaai was tot stand gekomen. ZHEd. was blij dat het schip, door hem bezocht, de naam droeg van Hare Majesteit de Koningin. Hij vertrouwde dat de banden van verwantschap en vriendschap tusschen beide volken duurzaam zouden blijven en meer en meer versterkt worden.

Ten slotte dankte hij den Commandant en alle officieren voor de zeer vriendelijke en voorkomende wijze waarop al zijn burgers van en naar boord van het schip werden gebracht en voor de groote welwillendheid waarmede zij aan boord werden ontvangen.

Woensdag 17 Juli des namiddags te 2 uur verliet de President Lourenco Marquez. »H. M. Koningin Wilhelmina" werd in gereedheid gebracht om een zestigtal dames en heeren, die ons in de Transvaal zoo schitterend hadden ontvangen, een contrapartij aan te bieden. De vele telegrammen later uit Pretoria ontvangen, bewezen dat diners, bal en pick-nick tot groot genoegen der gasten waren afgeloopen, een woord van hulde aan onzen Consul, den heer G. Pott voor zijn hulp en bemiddeling om dit feest te doen slagen.

Alvorens dit feestverslag te eindigen, dien ik nog melding te maken van een Conversazione ons èn bij den heer Pott, èn later door eenige Hollanders te Lourenco Marquez aangeboden, latende ik de invitaties der oorlogsschepen over en weer verder buiten vermelding. Ten slotte kunnen wij met genoegen gewagen dat Commandant en Officieren van »H. M. Koningin Wilhelmina der Nederlanden" bij vertrek van Lourenco Marquez op den 27 Juli, na al die drukte, recht voldaan vertrokken, alhoewel zij in de vier eerste hoofdstukken van het Eerste Deel der Verordeningen voor de Koninklijke Nederlandsche Zeemacht niet datgene zullen vinden, wat zij gedurende dit verblijf te Lourenco Marquez ruimschoots hebben verloren. Es ist ein alte Geschichte, doch bleibt sie immer neu.