is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NICLAUSSE-KETEL.

279

tenpijp is juist passend in het achtervlak, het schot en het front van die kast. Het vooreind is gesloten; aan den omtrek zijn, waar de pijp door voor- en achterhelft passeert, groote openingen.

De binnenhuis loopt bijna tot aan het achtereind der buitenpijp door en is juist passend in deze, waar zij door het dwarsschot passeert.

Het water in de voorste helft der kast kan dus in de binnenhuis vloeien, stroomt aan het einde uit die buis in de buitenpijp en kan deze verlaten in de achterste helft der kast.

De verbrandingsproducten gaan om de pijpen; zij doen het water dat uit het reservoir in de voorste helft van de kast, en zoo in de binnenhuizen stroomt en van daar in de buitenpijpen komt, geheel of gedeeltelijk tot stoom overgaan; en stijgt deze stoom of het mengsel van water en stoom uit de buitenpijp door de achterste^ helft van de kast op in het reservoir. Het water scheidt zicli hier af van den stoom en daalt met het voedingswater weder in de voorste helft van de kast.

De wijze van circulatie is voorgesteld in fig. 1 en la.

De buitenpijpen (fig. 2 en 7) bestaan uit een ijzeren of stalen pijp T, waarop met een zeer fijnen draad een lantaarn van smeedbaar gietijzer A B is geschroefd. Het gedeelte B, dat grooter middellijn heeft dan de pijp zelf, is een weing conisch en komt daarmede in een conisch gat in de achterzijde van de kast; de cylindrische ring D heeft een weinig grooter middellijn dan B en komt in een gat van het verticale schot; terwijl het conisch gedeelte A, waarvan de kleinste middellijn grooter is dan die van D, in de voorste plaat van de waterkast rust. De verschillende verhoogingen van de lantaarn zijn allen concentrisch.

Het gedeelte A heeft aan de buitenzijde 2 ooren om daarmede de buitenpijp te kunnen uittrekken. Het achtereinde van die pijp wordt door een schroefdop gesloten.

In die buitenpijp komt een zeer dunne binnenhuis of pijp (fig. 3) die door middel van een kleinere lantaarn daarin wordt bevestigd met ring C (fig. 3) in D (fig. 2) en met E (fig. 3) in A (fig- 2).

Alhoewel de bevestiging der pijpen door hunne conische ringen voldoende verzekerd wordt geacht, heeft men ze voor de veiligheid twee aan twee door een knevel, die aan den voorkant van de waterkast is verzekerd, vastgezet. De wijze van bevestiging is te zien in fi<r. 5, waar een compleet element is voorgesteld.

Binnenhuis en buitenpijp kunnen gezamenlijk, en de binnenhuis kan ook alleen uitgenomen worden. In fig. 6 is een binnenhuis, in fig. 7 een buitenpijp uitgenomen, terwijl tevens te zien is op welke wijze zulks geschiedt.

De bevestiging der elementen aan den stoomhouder of het reservoir is gemakkelijk losneembaar; zulks behoeft evenwel zelden te geschieden, omdat men zonder dat, al de deelen van het element kan uit elkaar nemen en schoonmaken.

De voordeelen dezer soort van ketels zijn de navolgende:

De bevestigingspunten zijn aan de voorzijde der ketels, zoodat