is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

HET BEKLEEDEN VAN STALEN SCHEPEN MET HOÜT EN KOPER.

Het langst dat een dezer schepen te water heeft gelegen is ongeveer 6 jaar. Dit is maar een matige tijd voor beproeving, ofschoon het reeds voor de helft den tijd overleeft noodig om bij de ijzeren bevestigingsbouten van vele schepen, volgens het vroegere systeem gebouwd, ernstige verroesting te veroorzaken. Vele rapporten zijn gedurende dit tijdvak door de schepen, in dienst op verschillende stations, ingezonden. Deze rapporten zijn alle bevredigend. Zij stemmen alle daarin overeen, dat het koper als middel tegen aangroeien goed heeft gewerkt, dat de houten bekleeding en de stalen romp in goeden staat verkeeren en dat de naval brass bouten niet verteerd zijn.

In bijna alle gevallen werd de ruimte achter de bekleeding droog bevonden en waar men water vond, was dit in zeer geringe mate en nam het maar een klein oppervlak in. In een geval werd door een schip van een verwijderd station spoedig na hare indienststelling een tegengesteld rapport ingediend. Het moest gedokt worden en van buiten geheel worden nagezien. Daarbij bleek, dat de gebreken volstrekt niet belangrijk waren. December 11., toen het schip was buitendienst gesteld en in een binnenlandsch dok nauwkeurig werd onderzocht, bleek, dat de houten bekleeding en de huidplaten in goeden staat verkeerden. De platen werden droog gevonden op de plaatsen, waar stukken uit de houten bekleeding waren genomen. De houten waren ook in goeden staat. Dit was ó jaar na het te water laten.

Het systeem is op groote slagschepen toegepast — de „Centurion", «Barfleur" en „Renown"— en ook op een groot aantal snelle en groote kruisers. Bij al deze schepen heeft, voor zoover daarmee ondervinding is opgedaan, deze wijze van bekleeding goed voldaan. Als een typisch voorbeeld kan de „Crescent" genoemd worden. In Maart 1892 van stapel geloopen werd zij in Maart 189 5 gedokt en nauwkeurig onderzocht, na twee reizen naar Australië heen en terug gemaakt te hebben en in dat tijdsverloop 50,000 mijl met + 12x/3 mijls vaart stoomende te hebben afgelegd.

Bij het onderzoek bleek het volgende: Op verscheidene plaatsen heeft men een gedeelte van de houten huid weggenomen en op verschillende plaatsen eenige bouten losgemaakt. Op al die plaatsen bleek de huid droog en volk men roestvrij te zijn. De bouten bleken even blank te zijn als toen ze er ingeschroefd werden en de draad in de boutgaten zuiver en roestvrij. Over den geheelen romp had het koper zijn dienst gedaan, waarvoor het was aangebracht, en het schip zou nog veel langer te water hebben kunnen blijven zonder aan te groeien. Het is onnoodig veel te zeggen over het gemak en de besparing van de kosten noodig bij het nazien en repareeren van een dubbeling bestaande uit een laag hout, vergeleken met die, welke een dubbele houtlaag, aangebracht volgens fig. 5 en 6, zou vorderen. Ruwweg mag men aannemen dat voor het verwijderen van een plank van de onderste huid vier planken van de buitenste losgemaakt moeten worden. Zoowel gewicht als kosten worden bij het gebruik van één houten huid bespaard.