is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwkeurige waarnemingen met den sextant.

411

Uit (7) vindt men vervolgens E zijnde tg. E altijd positief. Omtrent de uit (8) door den tg. gevondene waarde van

p + Vs (C; + C")

valt op te merken, dat men nooii in twijfel zal zijn, welke deitwee 180° verschillende waarden men moet nemen, aangezien P altijd ten naastenbij bekend is.

Het onderzoek door differentiaalrekening naar de gunstigste voorwaarden voor de observatiën bij deze methode, welk onderzoek door den schrijver uitvoerig wordt aangegeven en toegelicht, doet zien dat, wil men de gunstigste voorwaarden voor de bepaling van breedte en tijd te gelijk in het oog houden, een azimuthverschil van 120° tusschen elk paar hoogten onderling theoretisch het beste is.

Zooals echter de schrijver aanvoert, is het veel verkieslijker voor de tijdsbepaling andere, afzonderlijk op dat doel gerichte waarnemingen en methoden te gebruiken, en de methode van Gauss alleen voor breedtebepaling toe te passen. In dat geval is voor de praktijk de eisch: Twee der azimuths dicht bij den meridiaan aan denzelfden kant van den top, en het derde azimuth ten naasten bij het supplement van het gemiddelde dier twee, b.v. 162°, 200° en omstreeks 0°. Nauwkeuriger uitgedrukt moet, indien A, A' en A" de Azimuths zijn, beide laatsten aan denzelfden kant van den top: sin. A" — sin. A = sin. A — sin. A'.

Met vrucht kan men nu voor twee der waargenomen hoogten die van een zelfde hemellicht ter weerszijden van den meridiaan kiezen en voor de derde hoogte, die van eene ster niet ver van haren doorgang. Zoodoende heeft men slechts twee sterren noodig en wordt de berekening veel vereenvoudigd, daar dan b.v. : S' = S", — «!' en P" = — P' is, alzoo: V = F — P en V' = — F — P

dus:

P - — V2 (V + V) cos. P' = cos. P" = cos. Vs {V — V). De drie vergelijkingen (2) worden dan:

sin. h — sin. y sin. S -\- cos. y cos. 3 cos. V2 ~\~ sin. h — sin. y sin. t?' -f- cos. y cos. <?' cos. V2 (X' — X") en men heeft op overeenkomstige wijze dezelfde vergelijkingen (3) als te voren, en:

tg. y = D' cos. (B' — Vs (10)

Niet alleen is op deze wijze de berekening veel korter, maar ook zal het in het algemeen gemakkelijker zijn met twee sterren een stel waarnemingen te verkrijgen, dat aan de gunstigste voorwaarden beantwoordt, dan met drie, zoodat die handelwijze in elk opzicht de voorkeur verdient.

Het kiezen van een passend stel sterren, zoodanig, dat de drie gelijke hoogten binnen korten tijd zijn bereikt en de azimuths aan de aangegeven voorwaarde voldoen, wordt door het gebruik van eene hemelglobe zeer vergemakkelijkt. Bezit men die niet, dan kan