is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hydrographisch tijdschrift.

413

door de ambtenaren der gouvernementsmarine en de gezagvoerders en stuurlieden der koopvaardijvloot.

Vroeger werden dergelijke' zaken ook in één tijdschrift (Tindal en Swart) opgenomen, doch met den achteruitgang van dat blad en de versnippering van krachten (Tijdschr. Aardr. Genootschap,^ Zee, Marineblad) zijn alle gegevens verspreid geraakt en zal dit in de toekomst steeds meerdere moeielijkheden geven als uit al die verschillende bronnen gecompileerd moet worden ten einde een' nieuwen Nederlandschen Zeemansgids voor den geheelen Oost-Indischen Archipel te maken, waarvoor het meer dan tijd is.

Zooals reeds gezegd: De reproductie der kaartjes en teekeningen moet zoo goedkoop mogelijk zijn (de bovengenoemde „ Annalen" wijzen den weg), als alles maar duidelijk is, zoodat iedereen begrijpen kan dat de bedoeling is al het ingezonden werk zoo spoedig mogelijk wereldkundig te maken en niet, zooals tot nog toe gebruikelijk, voor ettelijke jaren in de archieven te begraven; zeer waarschijnlijk zou eene gewone autographische reproductie op eene geschikte papiersoort zeer voldoende zijn en behoeft men zich alleen dan tot eene particuliere firma te wenden, wanneer er toevallig wat veel werk is voor de drukkerij van het Hydrographisch Bureau, terwijl anders de uitgaven zich zouden bepalen tot wat papier en drukwerk (tekst).

Ons blad zou eene afzonderlijke redactie moeten hebben, geheel afgescheiden van de bestaande B. a. Z., en toch daarmede samenhangende in dien zin dat uitgebreide artikelen, in de B. a. Z. niet op te nemen, en die vroeger in de M. e. A. zouden verschijnen, thans ook in het nieuwe tijdschrift moeten opgenomen worden, speciaal alles wat Nederland en de Koloniën betreft, maar daarom toch ook wel gegevens omtrent vreemde havens, enz., vooral van die waarop veel Nederlandsche vaart is, waaromtrent wellicht overleg zou kunnen plaats hebben met de voornaamste Nederlandsche reederijen.

Overigens kan in deze schets niet in details worden getreden omtrent den verderen inhoud van bedoeld maandblad; is eenmaal tot de oprichting besloten, dan volgt alles wel van zelf. Met een enkel woord zij echter nog aangegeven dat het blad zeer goedkoop verkrijgbaar moet worden gesteld ; wellicht zouden ook premiën kunnen gesleld worden op de inzending van goede stukken voor meergenoemd tijdschrift.

Het is natuurlijk slechts een voorstel, dat nog nadere overweging verdient met 't oog op niet voorziene moeielijkheden; de instelling van het tijdschrift zou echter in alle gevallen het groote nut hebben dat daardoor de werkzaamheid op het Hydrographisch Bureau meer naar buiten zal schijnen, terwijl ook de inzenders van werkelijk goede hydrographische gegevens zullen kunnen zien, dat het bereikbare gedaan wordt om hun werk zoo spoedig mogelijk wereldkundig te maken. Ook zou het veel bijdragen om het vleiende gezegde van den bekenden Oostenrijkschen geleerde Eugen Gelcich (zie „Annalen der Hydrographie" 18931. meer en meer waarheid te doen zijn, nam.: