is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

488 MARINEBEGKOOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1896.

regelen op zoodanige wijze dat het Departement van Marine geene directe bemoeiingen daarmede zoude hebben, doch uit het dienaangaande met het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid gehouden overleg, bleek, dat de regeling niet tot stand kon komen, tenzij de inlagen en terugbetalingen geschiedden door tusschenkomst van eerstgemeld Departement. Hoewel nu kou worden voorzien dat de daarmede gepaard gaande bemoeiingen op den duur niet zonder eenige vermeerdering van het personeel van het Departement van Marine zouden kunnen geschieden, heeft de ondergeteekende gemeend, ter wille van de goede zaak, dit niet als een overwegend bezwaar te moeten doen gelden en verder te moeten afwachten of van de gegeven gelegenheid tot sparen veel gebruik zoude worden gemaakt. Dit nu is inderdaad het geval en de toeneming van het aantal spaarbankboekjes voor het personeel was in het eerste jaar der instelling reeds als volgt:

Op uit0. Maart 1895 werden 18 boekjes aangelegd, waarop een te goed was van ƒ 1993,37, op 1 Juli jl. was het aantal boekjes gestegen tot 199, met een te goed van ƒ 17 369,S4, en op 14 November jl. tot 388 boekjes met een te goed van ƒ J5 745,56, terwijl er tot laatstgenoemden datum terugbetalingen of teruggaven van spaarbankboekjes aan gerepatrieerden waren geschied tot een bedrag van ƒ 6503,06.

Aangezien te verwachten is, dat het aantal boekjes en inlagen in den verderen loop van dit en het volgende jaar nog belangrijk zal toenemen, ziet de ondergeteekende zich verplicht het personeel van het Departement met een tweede-klerk uit te breiden en voor dat doel op dit artikel eene verhooging van ƒ 400 te vragen.

Het bedrag van art. 37, thans ƒ 19 100, wordt ƒ 24 470. De omschrijving van dit artikel wordt gelezen als volgt: «Kosten van verdere opleiding van machinisten, en van oplei«dingvan leerlingen-machinist, timmerlieden, kanonniers en jongens, «daaronder begrepen zakgelden, belooningen en uitspanningen, kosten «van onderwijs aan personeel der zeemacht door personen of bij «inrichtingen, niet tot de zeemacht behoorende".

Toelichting.

Bij Koninklijk besluit van 15 November jl. n°. 16 is een nieuw Reglement vastgesteld voor de opleiding van leerlingen-machinist bij de Koninklijke Nederlandsche Zeemacht, ingevolge waarvan de cursus voortaan drie jaren zal duren omdat algemeen erkend werd dat een tweejarige cursus te kort is, in verband met de hoogere eischen die thans aan de machinisten, met het oog op de inrichting der nieuwe oorlogsschepen, behooren te worden gesteld. Gedurende de opleiding zullen de leerlingen-machinist in den zeedienst verbonden zijn en voor rekening van het Rijk worden gekleed en gevoed, doch geen soldij, maar wel eenig zakgeld ontvangen. Voor iederen leerling zal 'sjaars ƒ160 moeten worden betaald als bijdrage in de