is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61-;

marinebegrooting voor het dienstjaar 1896.

Marine de kosten voor dit gedeelte geheel alleen zou betalen. Ik heb bovendien verlangd, dat het Departement van Oorlog de kosten van onderhoud van het marerieel geheel voor zijne rekening zou nemen; daarna is een post op de begrooting gebracht. Wanneer de Kamer van oordeel is dat het beter is dat Marine alleen zorgt voor het personeel en Oorlog voor het materieel, dan kan mijne houding tegenover dit amendement lijdelijk zijn. Ik hoop dan alleen in het belang van de zaak, dat mijn ambtgenoot van Oorlog geen bezwaar zal maken om die meerdere kosten ten laste van zijn Departement te nemen. Ik zou evenwel zeer gaarne zien dat nogmaals uitdrukkelijk werd verklaard, dat omtrent de uitbreiding van de kustwacht bij deze geene beslissing genomen wordt.

De heer Guyot, lid van de Commissie van Rapporteurs: Mijnheer de Voorzitter! Gaarne voldoe ik aan den door den Minister uitgesproken wensch.

Ik heb trouwens in mijne eerste rede, naar ik meen, duidelijk gezegd, dat ik bij de verdediging van het amendement niet in de mérites van de zaak, uit een algemeen oogpunt beschouwd, wenschte te treden. Ik heb ook volstrekt niet betoogd, dat uitbreiding van de kustwacht in oorlogstijd onnoodig zou zijn. Ik heb alleen gezegd, dat de belangen van de marine daar in zeer geringe mate bij betrokken waren. De belangen van de landmacht zijn in veel sterker mate daarbij betrokken. Het komt daarbij de Commissie van Rapporteurs voor dat er in het algemeen bezwaar bestaat om dergelijke uitgaaf over twee begrootingen te verdeelen, de Kamer krijgt daardoor een minder goed overzicht van de uitgaafin haar geheel. De Commissie meende daarom dat het beter is om door aanneming van het amendement te doen uitmaken dat de benoodigde gelden naar het oordeel der Kamer ten laste van de begrooting van Oorlog zullen behooren te komen.

De heer Seret: Mijnheer de Voorzitter! Ik heb alleen het woord gevraagd om tot den Minister de vraag te richten of zijn ambtgenoot van Oorlog genoegen zal nemen mot de aanneming van het amendement van de Commissie van Rapporteurs, met andere woorden, of hij bereid is deze zaak geheel voor rekening van het Departement van Oorlog te nemen.

De Minister heeft gezegd dat zijne houding in deze lijdelijk was. Dat kan ik tot op zekere hoogte zeer goed begrijpen. Immers het kan een Minister niet anders dan aangenaam zijn, wanneer zijne begrooting in steé van bezwaard wat verlicht wordt.

Maar van de aanneming van dit amendement zal het gevolg zijn, dat de begrooting van Oorlog meer bezwaard wordt. Dit nu acht ik niet gewenscht, waar het hier eene zaak geldt die het Departement van Marine evenzeer regardeert als het Departement van Oorlog. De Minister zeide voorts, dat hij deze zaak ampel en breed besproken heeft met zijn ambtgenoot van Oorlog en dat zij daarbij tot de conclusie waren gekomen om de kosten, die het voor. stel betreffende de militaire kustwacht na zich zou slepen, te ver.