is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit dj: pers.

633

Het onderscheid tusschen liet besluit van '66 en het nieuwe zou zijn, dat een belangrijk grooter deel der kosten van hot auxiliair eskader door Indië vergoed werd, terwijl de schepen sub b, die hoe eerder hoe liever behoorden te verdwijnen, bestendigd blijven. Deze bepaling zou kostbaar zijn, daar de diensten, waarvoor de schepen sub b van 850 ton bestemd zouden worden, door kleinere en goedkoopere konden worden verricht.

Zoolang men blijft staan op het gezichtspunt, dat in marinezaken Indië en Nederland gescheiden zijn, zal de neiging, om de uitgaven van het eene budget op het andere te schuiven, een hinderpaal blijven voor eene deugdelijke organisatie.

S. zegt in het „Dagblad" van 29 Januari 1890 te hebben aangetoond, dat oorspronkelijk de geheele in Indië aanwezige zeemacht geschikt was voor de verdediging.

Aan het bij het rapport gevoegde geschiedkundig overzicht ontleent S. het navolgende: dat in 1858 het verkeerd gebruiken der oorlogsschepen voor transport- en politiedienst zoodanig de overhand gekregen had, dat Minister Lotsy daartegen optrad; dat de commissie in 186-1 een scheiding beval van vaartuigen voor verdediging en gewonen dienst, welke laatsten hulp bij de verdediging moesten verleenen, men wilde er kuilkorvetten van 5.6 M. diepgang voor bestemmen, voor dien tijd dus werkelijke oorlogsschepen, terwijl de eersten pantserschepen moesten zijn. De Minister van Marine in 1875 wensch te hetzelfde, maar drukte het andersom uit, de I. M. M. moest ook geschikt zijn voor de verdediging ; in 1880 verklaarde de commandant der zeemacht in N. I. alleen het auxiliair eskader te beschouwen als bestemd voor de verdediging, de I. M. M. voor handhaving van het gezag; in 1883 stelde een commandant der zeemacht opheffing voor van het auxiliair eskader, in dien zin, dat alle schepen tot de L M. M. zouden behooren; in 1885 werd voorgesteld de L M. M. op te heffen.

Het denkbeeld, dat de verdediging het eerste vereischte was, bleef zich handhaven. In November 1885 bleek, dat men in Indië bij de bespreking van de taak der zeemacht bij de verdediging tegen een Europeesehen vijand deze meer op den voorgrond had gezet. Het Departement van Koloniën scheen te vergeten, dat door de geringe strijdwaarde der I. M. M. die hulp onmogelijk was, de Minister van Marine wilde haar daarvoor geschikt maken en zoo werd tot aanbouw van eene torpedoboot en van de „Sumatra" besloten.

S. zegt verder, dat thans niets meer eene geheel op de verdediging ingerichte organisatie in den weg behoeft te staan. Transportdiensten worden door de pakketvaart verricht, politiediensten kunnen zoowel aan kleine oorlogsvaartuigen als aan speciaal daarvoor bestemde vaartuigen worden opgedragen. Een stelsel, waarbij schepen zonder oorlogswaarde voorkomen, kan daar niet voor dienen. Alle schepen kunnen, naarmate van hunne soort en grootte, veel oorlogswaarde zij het van verschillenden aard hebben, zelfs een koninklijk jacht. In 1870 deden de! „Hirondelle" en de „Grille» aviso diensten, de „Kaiseradler" is onder de aviso's opgenomen,