is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IETS NAAR AANLEIDING VAN „SUBBEN".

In de 5e aflevering van dezen jaargang van het Marineblad wordt onder den titel „subben" die soort van werkzaamheid in bescherming genomen tegenover hen, die er het nut niet van erkennen of' er den draak mede steken.

Het eene woord haalt het andere uit, de eene gedachte doet eene volgende ontstaan. Zoo is het ook nu. Ofschoon ik op vele punten met het artikel „subben" instem, wensch ik een en ander naar aanleiding daarvan te zeggen.

De schrijver van „subben", — gemakshalve zal ik hem verder S. noemen — heeft aangetoond dat er inderdaad nog wel het een en ander te subben is buiten hetgeen de tijdschriften mededeelen en noemt als doel van het subben: het verzamelen van gegevens om onze scheepsbouwmeesters in de gelegenheid te stellen zich ten nutte te maken hetgeen in het buitenland te leeren valt.

Uitstekend, inderdaad zeer beleefd tegenover die scheepsbouwmeesters. Natuurlijk is het de bedoeling dat zulke beleefdheid beloond wordt, doordat de scheepsbouwmeesters meer ten gerieve van de bewoners en gebruikers der schepen zullen doen.

In het voorbijgaan gezegd, zou S. zich het doel van het subben niet uitgebreider gedacht hebben en meenen dat er niet op ander gebied ook met vrucht te subben valt, bijvoorbeeld op het stuk van inrichting van den dienst aan boord, of op dat van artillerie- en torpedowezen? De zeeofficieren zullen toch voor eigen instructie of voor instructie van elkander ook wel het een en ander op te merken en aan te teekenen vinden, wanneer zij aan boord van vreemde oorlogsschepen komen.

Maar laat ons voor het oogenblik aannemen dat het subben werkelijk grootendeels geschiedt om voor de scheepsbouwmeesters gegevens te verzamelen. Dan volgt daaruit natuurlijk dat de ingenieurs in de gelegenheid gesteld moeten worden om de sub-rapporten in te zien en, zoo noodig, te bestudeeren.

Een goed boek sticht geen nut, wanneer het zorgvuldig in bibliotheken bewaard wordt zonder ooit gelezen te worden. Evenzoo zal het verdienstelijkste rapport zonder gevolg blijven, wanneer het niet in zoo ruim mogelijken kring bekend gemaakt wordt. En juist aan dezen eisch, wordt voor zoover mij bekend is, niet voldaan.

Er is toch immers reeds zoo dikwijls gesubd, zoowel vrijwillig