is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

672

DE „ZWABBERS" BIJ IIR. MS. ZEEMACHT.

teinsrang, die op onze groote schepen dienon. Tocli drukt die scheepsterm op kernachtige wijza hun positie a./b. uit. Zij zijn nl. om beurten gedurende eene week belast met den „dienst van politie, orde en zindelijkheid binnenboord benedendeks".

Die betrekking dateert niet van vandaag of gister. Reeds in het begin van deze eeuw ('wellicht ook reeds vroeger) waren a./b. van de linieschepen (driedekkers) en van de fregatten (tweedekschepen) behalve de kapitein-luitenant t./z. le officier, resp. 3 en 2 luits. t./z. le kl. — een tijd lang opperluitenants ter zee geheeten — geplaatst, om de eenvoudige reden, dat de batterij op elk dek door zulk een officier werd gecommandeerd, onderverdeeld natuurlijk in een aantal divisiën en sectiën onder luits. t./z. 2» kl. en adelborsten. Daar was de „zwabber" in zijn dienst benedendeks waarschijnlijk ook meer in overeenstemming met zijn rang werkzaam, veel sterker en anders bemand en ingericht als die schepen toen waren, dan onze tegenwoordige van groot charter. Thans is bij de geheel gewijzigde opstelling van het gesehut op moderne schepen de tweede luit. t./z. le kl. niet noodig en zoude de „zwabberdienst" gevoeglijk opgedragen kunnen worden aan den officier van piket, den luit. t./z. 2e kl., die toch beschikbaar moet zijn voor diensten en commissiën buiten boord; alleen zoude, om over het zelfde aantal officieren in tijd van actie te kunnen beschikken, het aantal luits. t./z. 2e kl. met één vermeerderd dienen te worden ; ook voor de torpedobatterij is een officier van hoogeren rang overbodig.

Eén luit. t./z. le kl. blijft noodig; hij doe in zee de hondewacht, zij belast met het artilleriedetail, niet alleen als batterijcommandant, maar tevens als commandant van de landingsdivisie en van de gewapende sloepenflotille, waarom hem tevens de leiding van de oefeningen daarmede en van het schijfschieten worde opgedragen, welke laatste dienstverrichting natuurlijk onder toezicht van de daarbij ingedeelde luits. t./z. 2e kl. en adelborsten behoort te geschieden.

De oudste luit. t./z. 26 kl. blijve, evenals nu, belast met het stuurmansdétail, maar worde niet ingedeeld bij de landingsdivisie of' gewapende sloepen en dus ook vrijgesteld van wapeninspectie en schijfschieten met draagbare wapenen, maar niet van de batterijexercitie.

De luit. t./z. le kl. zij de vervanger van den kapt.-luit. t./z. I611 officier bij ziekte of anderszins; laatstgenoemde behoorde alsdan alleen te debarkeeren, wanneer de laudingsdivisiën of' gewapende sloepen van meerdere schepen tot een geheel worden gecombineerd. De oudste luit. t./z. 2e kl. zij de vervanger van den luit. t /z. le kl., c. q. van den len officier. Bij een dergelijke dienstverdeeling zal eerstgenoemde meer tijd hebben, om zich te wijden aan het toezicht op de adelborsten, waarvoor hij de aangewezen man is, zal de tweede voldoende bezigheden hebben op een reede of in een haven, terwijl den laatstgenoemde een commando wordt opgedragen, meer overeenkomstig zijn rang.

Door afschaffing van den „zwabberdienst" zouden 6 of 7 luits. t./z. le kl. meer en evenveel luits. t./z. 2e kl. minder voor den dienst