is toegevoegd aan uw favorieten.

De weegschaal, 1828, no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 236 )

den, die er toch degelijk wat van verstond, heeft het spel en het Loterijspel geenszins schadelijk geoordeeld, en met het oordeel van dien verlichten wiskundige, konden en moesien zich maar gerustelijk al die andere ongeroepen geschrijf- of plannenmakers vereenigen, die de schatkist, „iet minder dan het welzijn van duizende schamele huisgezinnen, op eene onbegrijpelijke wijze benadeelen. Wil men zich in theorien verdiepen, men leere zich hechten aan die van 's gravesande of van locke. 's Gravesande, die groote en verheven vaderlandsche wijsgeer, wiens denkwijze duizendmaal zwaarder weegt , dan die van al dat Tart uffen - volkje, dat nu, m een paroxismus van morele hyperorthodoxie, het spel en het Loterijspel gaat bevechten.

Voorzeker waarheid, regt en schoonheid zijn drie zaken, die niet van de grilligheden eener eeuw afhangen : het zijn zaken, die door God zeiven diep in onze harten gevestigd zijn, en waarvan wij christenen de verklaring en bevestiging in 'sHeeren heilig woord vinden. Menschen, voor wien dit woord niet heilig, niet Gods woord is, hopen wij onder onze lezers niet te tellen, maar voor Godsdienstige lieden, is het geen punt van twijfel, of het spel is geoorloofd. Wij hebben bij meer dan eene vorige gelegenheid, de geoorloofdheid en bijbelsche wettigheid van het loterijspel aangewezen, en hebben sedert nu nog gevonden, dat zoo wel Joodsche schrift, geleerden als hedendaagsche .schriftuitleggers, de geoorloofdheid van het loterijspel erkend hebben. Men vrage deswege onzen voortrtffelijken van der palm. Het gezigtspunt waaruit de loterij heden dikwerf beschouwd wordt, moge theoretisch tot diepzinnige