is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER kuste atjeh aan db penang-club,

67

men zeker was elkaar te ontmoeten na eene warme wandeling en waar menigeen bovendien kennissen of schoolvrienden aantrof, die overgekomen waren van Deli?

Het was dan ook geen wonder dat, toen genoemde heeren hun stem deden hooren, hun plan in goede aarde viel, en de bedragen die voorkwamen op de lijsten, eirculeerende ter kuste Atjeh, beloofden dan ook veel; maar ook zeer terecht zagen deze twee zeeofficieren, die zich inmiddels tot eene Commissie hadden gevormd, in, dat ook vele kameraden, die vroeger te Atjeh en Penang vertoefden en nu in andere plaatsen van den Archipel verblijf hielden, zouden willen deelnemen aan het eerbewijs der Penang-Club aan te bieden, en menig achterwiel uit Java of Oosthoek kwam de inmiddels aardig voorziene kas der Commissie versterken.

Toen het eenmaal zóóver was gekomen moest nog worden bepaald wat het uit te reiken „dankbaarheidsbetoon" zou zijn, en het voorstel, door de commissie gedaan dat dit een zilver souvenir, een monumentaal kunstwerk mocht worden, viel blijkbaar zeer in den smaak der deelnemers. Het pièce de milieu, dat tengevolge hiervan besteld werd bij de firma Van Kempen te Voorschoten, en in de maand Maart j.1. werd afgeleverd bij den Heer Slot te Penang, en dat voorzien is van eene passende inscriptie, voldoet dan ook aan de hoogste eischen van smaak en kunstzin.

Zoo zijn wij dan genaderd tot de aankomst van het cadeau te Penang; jammer dat de heeren, die in deze het initiatief hadden genomen, intusschen naar Nederland waren vertrokken, waardoor zij het voorrecht niet mochten smaken het uit te reiken ; ook de Luitenant t/z. le klasse W. P. A. M. Kluit, commandant van Hr. Ms. .Sumbawa", die zich naderhand bij de Commissie aansloot, was door zijn verblijf op 'Atjeh, dat waarschijnlijk nog lang kon duren zonder te Penang te komen, daartoe niet in de gelegenheid.

Die eer viel te beurt aan commandant en etat-major van Hr. Ms. .Lombok", die juist in deze dagen te Penang zijnde, gaarne die aangename taak op zich namen. En aan wien kon de uitreiking beter zijn toevertrouwd dan aan den Kapitein-Luitenant ter zee B. Buutel de la Rivière, die als een der weinige hoofdofficieren ter kuste Atjeh, zeer zeker daartoe bevoegd was, nadat de Commissie helaas in de onmogelijkheid was het te verrichten?

Door tusschenkomst van onzen hooggeachten Consul-Oeneraal te Penang Mu. J. A. de Vicq, werd van de bedoeling der Nederlandsche zeeofficieren aan het bestuur der Club kennis gegeven, waarop gracieuselijk geantwoord werd dat het bestuur de heeren gaarne zou ontvangen op Maandag 13 April, in den vooravond in eene algcmeene vergadering. Samengekomen ten huize van den Consul-Generaal begaf overste Rivière met zijn etat major zich dientengevolge per rijtuig naar de Club, en het tenue, dat bepaald was met epauletten en sabel, was zeer zeker goed gekozen voor de plechtigheid. Ontvangen door den president, in presentie van een zestigtal leden, werd onmiddellijk de vergadering geopend, en kreeg overste Rivière na de gebruikelijke toasten op de wederzijdsche Koninginnen het woord.