is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GEWIJZIGD TYPE «KORTENAER."

219

offensieve en defensieve eigenschappen gerust aan te bevelen, zich met eene mijl minder snelheid tevreden te stellen; en daartoe niet alleen de stoomwerktuigen eenigszins kleiner vermogen te geven, maar ook den romp van het nieuwe ontwerp eenigzins te doen afwijken van het oorspronkelijke type.

Bij de schepen type „Kortenaer" is de verhouding: lengte tot wijdte ruim 6, en de verhouding: lengte X wijdte X diepgang, gedeeld door waterverplaatsing 1.85; de verhouding: C vierkant van den derde-machtswortel der waterverplaatsing X derde macht der snelheid, gedeeld door Indicateur-vermogen = 200 ongeveer, volgens de volle-kracht proeven.

Het is mij onbekend, of de wijdte van het type „Kortenaer" eenig verband houdt met de afmetingen van bestaande sluizen of dokken; maar zoo neen, dan komt het mij voor, dat er voordeel in gelegen zoude zijn, voor het nieuwe ontwerp eene verhouding van de lengte tot wijdte als 5,5 te kiezen. Hierbij dezelfde verhouding van de waterverplaatsing tot het omgeschreven parallelopipedum verlangende, vindt men voor de lengte 82.36 M. en voor de wijdte 14.975 M. Dit geeft op het gewicht van gordel- en dekpantser eene besparing van ongeveer 23 ton, en men heeft een schip met kleinere draaicirkelmiddellijn, wat bij het gevecht in betrekkelijk nauwe zeegaten, waartoe deze schepen mede bestemd zijn, voordeel oplevert. Nemen wij bij deze afmetingsverhoudingen zekerheidshalve voor de waarde C (zie boven) slechts 180 aan, dan vinden wij, dat voor 15 mijl snelheid benoodigd is een vermogen van 4240 I.P.K. of 260 minder dan bij het type «Kortenaer". Hiervan kan eene gewichtsbesparing van 25 ton op ketels en machines het gevolg zijn; zulke besparing kan tevens worden verkregen door ook bij die schepen het gebruik van waterpijpketels als op de kruisers, type «Holland", toe te passen. Zelfs zij, die dezen stap in vooruitstrevende richting van ons Marinebestuur niet geheel vrij van risico mochten rekenen, zullen moeten erkennen, dat, wanneer men het stelsel der waterpijpketels aandurft op schepen, bestemd voor buitenlandschen dienst, er in 't geheel geen bezwaar tegen kan zijn, het toe te passen op schepen, die bij het vervullen hunner hoofdbestemming, de landsdefensie, geene lange trajecten behoeven af te leggen, en steeds in de nabijheid van werven en herstellingsplaatsen blijven.

De overige 52 ton kunnen m. i. zonder bezwaar op den kolenvoorraad worden gevonden. Meer uitgebreide reizen, zooals naar de Middellandsche Zee, zullen door deze schepen wel hoofdzakelijk in tijd van vrede worden ondernomen, als wanneer het aandoen van vele plaatsen tot aanvulling van den kolenvoorraad geen bezwaar oplevert. In oorlogstijd is hun operatieveld tot de Noordzee beperkt. Bovendien kan hier gewicht bespaard worden door tot het gedeeltelijk gebruik van vloeibare brandstof over te gaan.

Wat de torpedobewapening betreft, zoo mag verwacht worden, dat de lanceerinrichtingen in de breede zijde, in stede van onbeschermd boven water, bij een nieuw ontwerp onder water zullen