is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 1

HET KLEIN KALIBER GEWEER IN DEN OORLOG.

Het is meer dan twijfelachtig of de oorlogen der toekomst moordender zullen zijn, dan die van vroeger tijden. In elk geval blijft de man, die het geweer voert, de hoofdzaak en wanneer hij weet, dat 20 inch versch opgeworpen aarde hem beschermen kunnen tegen den klein kaliber geweerkogel — en hiervan zijn de bewijzen voorhanden — dan zal hij heel gauw middel weten te vinden zich een borstwering op te werpen, wat met behulp van de bajonet niet moeilijk kan zijn.

Zaakkundigen in Duitschland zijn overigens volstrekt niet algemeen van opinie, dat invoering van een geweer van kleiner kaliber (Duitschland heeft het 8 m.M. MANïLiciiER-geweer) wenschelijk is, aangezien niet van de gestrekte baan te veel de hoofdzaak moet gemaakt worden, doch bruikbaarheid ten allen tijde de hoofdfactor moet blijven en hierdoor dus de mogelijkheid om te velde gemakkelijk het geweer schoon te kunnen maken, een hooge eisch wordt. Bovendien wordt door de groote rotatie-snelheid, die een vereischte is voor het lange projectiel der klein kaliber geweren, huns inziens te veel van het metaal (der velden) gevergd.

Brig. gen. Flagler noemt, na alle proeven met het KragJöRGENSEN-geweer genomen, dit een humaan wapen, daar wonden (mits op grooten afstand toegebracht), minder dikwerf den dood of het verlies van ledematen tengevolge zullen hebben.

WACHTSCHIP OF KAZERNE? *)

In aanmerking nemend, dat ieder schip, hoe goed ook overigens ingericht, is en blijft een gebrekkige imitatie van een verblijf aan den wal, zal ieder wachtschip blijven: de gebrekkige navolging van een kazerne.

De gebreken, die een wachtschip aankleven, mogen gering zijn bij een oppervlakkige beschouwing, groot zijn zij in hare gevolgen op het physisch en psychisch leven van den schepeling.

Een jongeling uit het volk, die zich aanmeldt voor den zeedienst, tot op dien leeftijd (13V2—16 jaar) opgevoed onder een schraal regime en slechte hygiënische verhoudingen, komt te Leiden op de kweekschool voor zeevaart onder gunstige condities. Ieder, die deze „jongens" heeft kunnen gadeslaan, weet, dat daar in korten tijd lichamelijk en geestelijk de meest bruikbare individuen worden gevormd uit onaanzienlijke leegloopers, die tot hiertoe voor niets schenen te deugen en ook voor de toekomst weinig beloofden.^

Niet de goede voeding, niet de geest en lichaam afleiding

*) Dat hier bedoeld wordt: een kazerne, ingericht naar de eischen van den tegenwoordigen tijd en niet een gebouw, zooals der stad Rotterdarr sedert jaren tot oneer strekt — is duidelijk.