is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN TOELICHTING.

295

worden, welker nautische gesteldheid geen schepen van groot charter toelaat, of wanneer in buitengewone omstandigheden tijdelijke stationneering van een oorlogsbodem in West-Indië noodzakelijk wordt geacht.

Het aantal pantserdekschepen, type kruiser, voor den dienst buitenslands en in West-Indië benoodigd, is op twee te stellen; voor den dienst bij het auxiliair eskader zijn zes dezer schepen noodig; bovendien twee voor de aflossing; terwijl eindelijk moet worden aangenomen dat twee in herstelling zullen zijn; zoodat in het geheel op twaalf pantserdekschepen, type kruiser, moet worden gerekend, waarvan in den regel tien in dienst zullen zijn.

3°. De schepen, bestemd voor de verdediging van het grondgebied in Europa, moeten in staat zijn op te treden tegen de gepantserde vijandelijke schepen die in onze zeegaten en binnenwateren kunnen doordringen ; voor hen komen daarom de eischen van goede bescherming van schip en bewapening en van eene krachtige artillerie op den voorgrond en moeten vaart en kolenberging, in verband met het behouden van matige afmetingen, daaraan voor zoover noodig en mogelijk opgeofferd worden.

Naar gelang van de bestemming, die aan bedoelde schepen bij de verdediging zal worden gegeven, zijn zij in twee hoofdsoorten te verdeelen en wel in zeegaande schepen, die — noodweer daargelaten — onder alle omstandigheden van wind en zee buitengaats kunnen optreden, en in schepen bestemd voor het voeren der verdediging binnen de buitenbanken der zeegaten.

In de pantserschepen type Kortenaer bezitten wij drie schepen van de eerste soort, waarnaar de volgende, onder inachtneming van de noodig gebleken wijzigingen, kunnen gebouwd worden.

Die wijzigingen zullen hoofdzakelijk moeten betreffen de artillerie en de betere bescherming van het geschut en den munitieaanvoer in het algemeen.

Do schepen van de tweede soort zijn volgens hunne grootte in twee onderdeelen te splitsen, naar mate zij bestemd zijn om in ondiepe vaarwaters de schepen van den vijand, die daar komen kunnen, te bestrijden, of wel tot taak hebben den veiligheidsdienst binnen de zeegaten te verrichten en de lichte vaartuigen van den vijand aan te vallen.

Schepen voor laatstbedoelden dienst bezitten wij niet; voor den eerstbedoelden zijn nu bestemd de kanonneerbooten en de monitors.

De bestaande kanonneerbooten werden aangebouwd in een tijd toen de gepantserde schepen bijna uitsluitend bewapend waren met eenige weinige kanonnen van zwaar kaliber. Bij dien aanbouw beoogde men, tegenover de vijandelijke pantserschepen in onze zeegaten een groot aantal weinig diepgaande en met één zwaar kanon bewapende booten te stellen, die, achter de banken liggende, den strijd op grooten afstand en van verschillende punten konden voeren en door hare kleine afmetingen een moeilijk te treffen doel opleverden. Sinds echter naast het zware geschut het lichte en snelvurende geschut op de pantserschepen werd geplaatst, zijn onze geheel onbeschermde kanonneerbooten onbruikbaar geworden en