is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1897.

komt dat schepentype dus niet meer voor aanbouw in aanmerking.

Het monitortype kwam juist door de invoering van het lichtere snelvuurgeschut meer op den voorgrond; bij dat schepentype toch, kunnen het kleine gedeelte van den romp, dat zich boven water bevindt, en het laag opgestelde zware geschut tegen de uitwerking van het middelbaar geschut afdoende worden beschermd zonder dat daartoe te groote gewichten noodig zijn.

Uit de langdurige ondervinding, die van dit schepentype is opgedaan, blijkt dat kleine monitors, zooals de onze, alleen bruikbaar zijn in rustig water, zoodat er niet aan gedacht kan worden die vaartuigen voor den vervolge te bestemmen voor de verdediging van de ïexelsche Zeegaten, doch dat zij alleen mogen dienen voor de verdediging van de Zuiderzee en van de vaarwaters in het Zuiderfrontier.

Omdat voor monitors, bestemd voor de Zuiderzee, de eisch gesteld moet worden dat zij Amsterdam kunnen bereiken, mag hun diepgang niet grooter dan 29 dM. zijn; de schepen voor de vaarwaters in het Zuiderfrontier zijn niet aan zulke nauwe grenzen gebonden, en daar enkele decimeters meer diepgang een grooten invloed kunnen hebben op de bewapening der schepen, is het noodzakelijk twee soorten monitors te bezitten, respectievelijk bestemd voor de Zuiderzee en voor de vaarwaters van het Zuiderfrontier.

Een nieuw model kanonneerboot werd ontworpen, waaraan als eisch werd gesteld, bij voldoende bescherming van romp en artillerie, vier snelvuurkanonnen van 7.5 cM. en eenige kanonnen van 3.7 cM. te voeren.

Om deze eischen in een schip van geringe afmetingen en van weinig diepgang te vereenigen, moest de vaart matig gehouden worden, hetgeen in verband met de bestemming dier vaartuigen veilig geschieden kon.

Het doel, waarvoor de kanonneerbooten moeten gebouwd worden, is het verrichten van den veiligheidsdienst in de zeegaten en het bestrijden van de lichte vaartuigen van den vijand, welke deze gebruiken moet om onze vaarwaters te onderzoeken en te betonnen alvorens daarin met zijne schepen te kunnen doordringen.

Aangezien de vijand niet in het bezit kan zijn van lichte ondiepgaande vaartuigen, die in gevechtswaarde aan de ontworpen kanonneerboot nabij komen, zal dit schepentype van groot nut zijn bij de verdediging van onze vaarwaters.

Het vaarwater binnendoor tusschen de Zuiderzee en het Zuiderfrontier laat het overbrengen der ontworpen kanonneerbooten toe, zoodat deze naar omstandigheden allen in het Noorden of in het Zuiden gebruikt kunnen worden.

De vraag is overwogen of het opnemen van torpedobootjagers of -vernielers bij het materieel van onze zeemacht noodig is.

Deze vaartuigen zijn hoofdzakelijk bestemd tot het vernielen van vijandelijke en het beschermen van bevriende torpedobooten. Zij moeten daartoe eene groote snelheid bezitten en voorzien zijn van veel artillerie, het laatste vooral om te kunnen optreden tegen vijandelijke jagers.