is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING VAN DE SCHIETBAAN TE CROOSWIJK.

197

en loopt deze door een tweede gat in de Oostelijke dwarszijde van het houten raam op het afdak naar een tweede schijf in den houten stoel en vervolgens door een tweede gat in het houten huisje.

Om nu de kopschijven van uit den horizontalen in den staanden stand te brengen, zijn twee touwen reepen aan de uiteinden der vierkante kopschijf en van den steel der ronde kopschijf bevestigd en voorts ieder geschoren door 2 schijfjes, aangebracht op het schijfraam ; daarna door 2 oogboutjes op de Oostelijke dwarszijde van het houten raam op het afdak naar twee schijven in den houten stoel en vervolgens door twee gaten in het houten huisje.

Trekt men aan deze reepen, dan komen de kopschijven in staanden stand en wel zoodanig, dat zij onder een hoek van + 75 graden naar achteren hellen, het verdere doordraaien wordt belet voor de vierkante kopschijf door een houten klampje op de binnenzijde van het schijfraam, voor de ronde kopschijf door het schijfje van de reep, waartegen haar steel aanstuif.

Laat men de reepen los, dan moeten de kopschijven, wier assen beneden het midden zijn aangebracht en die bovendien hellend staan, door hun topzwaarte van zelf achterover vallen.

Daar het geheel is aangebracht op het hellende afdak van den observatiepost, is de inrichting zoodanig, dat voor den schutter alleen de kopschijf boven de voorzijde van den observatiepost uitkomt en men van het geheele schijfraam niets ziet. Bovendien is er op + 1 M. beoosten hei huisje in een houten standaard een flinke spiegel opgesteld en in zoodanigen stand geplaatst, dat de korporaal van den kuil van uit het huisje de schijf in hare bewegingen kan volgen.

De inrichting dezer schietbaan komt mij zeer geschikt voor gebruik bij de Marine voor, men kan zulke soort banen dicht bij eene bewoonde buurt hebben, dus in Hellevoetsluis, Willemsoorden Amsterdam behoeft men dan niet zooveel tijd te verliezen voor den heen- en terugtocht naar de schietbaan, zooals nu wel het geval is.

De schietbaan is bovendien beschut zoowel voor de hitte, regen als de koude, zoodat de schietoefeningen, ook in elk klimaat, op elk uur van den dag geregeld kunnen worden voortgezet; zij zijn echter minder geschikt voor de gezamenlijke vuren, daar hier tot op 200 pas salvovuur staande en knielende kan afgegeven worden door niet meer dan acht man tegelijk, en voor goede schutters met hetzelfde aantal ook op 300 pas, doch alleen staande; en zoude ik te Hellevoetsluis en Willemsoord de bestaande banen nabij den Kwak en te Huisduinen hoofdzakelijk willen doen gebruiken voor de gezamenlijke vuren, en dichter bij deze plaatsen gelegen een nieuwe schietbaan oprichten voor de individueele oefeningen.

Hetzelfde geldt voor Indië; in Batavia, Soerabaja en Oleh-leh zouden drie dergelijke banen kunnen worden opgericht, vooral nu met de invoering van het nieuwe geweer de schietbanen toch gedeeltelijk vernieuwd of verbeterd dienen te worden en een inrichting gemaakt moet worden voor de beweegbare schijven.

Vooral de schietbaan in Soerabaja zal wel degelijk moeten