is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN ANTWOORD.

611

nementsgelden, berust op een door den Minister van Koloniën geprovoceerd Koninklijk besluit van 24 October 1867, betreffende den overvoer van Nederland naar de Koloniën, en op het met Koninklijke machtiging uitgegeven Indisch Staatsblad van 1850, n°. 13, betreffende den overvoer in Nederlandsch-Indië. De ondergeteekende heeft geen aanleiding gevonden om stappen te doen bij zijn ambtgenoot van Koloniën, om deze regelingen te doen intrekken, omdat het hem voorkomt dat de premie, in de zeldzame gevallen dat zij wordt toegekend, inderdaad te beschouwen is als eene billijke tegemoetkoming voor de, aan de behoorlijke aflevering dier gelden verbonden, verantwoordelijkheid.

De door den ondergeteekende gedane toezegging, om de bepalingen betreffende buitgelden nader in overweging te nemen, heeft geleid tot eene gedachtenwisseling met den Minister van Koloniën.

Genoemde ambtgenoot is, evenals de ondergeteekende, van meening dat afschaffing van de prijs- en buitgelden, zoowel voor Nederland als voor Indië, wenschelijk is, mits die afschaffing gepaard ga met de gelijktijdige vaststelling eener regeling tot het toekennen van premiën aan onderofficieren en minderen der zeemacht, bij de uitoefening van politieke dwangmaatregelen in Nederlandsch-Indië.

Omtrent het een en ander is het advies der Indische Regeering gevraagd.

Het geeft in verschillende opzichten groot gemak, om de verschillende categorieën waaruit de zeemacht in Indië, met het oog op de kostenverdeeling, bestaat, ook door verschillende benamingen te kunnen aanwijzen. Welke verkeerde opvattingen daaruit zouden kunnen voortvloeien, mits men aan de gebruikelijke benamingen niet meer gewicht hecht dan zij verdienen, is den ondergeteekende niet duidelijk.

§ 6. Eindcijfer der begrooting. De ondergeteekende vermeent dat hij de noodzakelijkheid van de hoogere uitgaven, waar die in de begrooting zijn voorgesteld, heeft aangetoond. Hij geeft gaarne de verzekering dat hij zoo zuinig mogelijk zal zijn, evenals dit tot nu toe steeds zijn streven is geweest.

Artikelen.

Iste Afdeeling.

Art. 5. Tot verhooging der bezoldigingen van de commiezen, adjunct-commiezen en klerken bij 's Rijks werven heeft ondergeteekende ditmaal nog geen reden gevonden, omdat aan een groot aantal dezer ambtenaren in het jaar 1895, door mutatie, eenige traktementsverhooging kon worden verleend. Inmiddels wordt overwogen of er aanleiding bestaat hunne bezoldigingen in overeenstemming te brengen met die van de ambtenaren bij de Departementen van Algemeen Bestuur.