is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 6

üit de pers.

Het ontwerp deugt niet, want de kruisers zullen geen 20 mijl loopen; dit is elders door den heer T. voorspeld, tevens worden zij van experimenteele ketels voorzien, waaromtrent voor groote schepen niets is bekend.

Wat heeft er toe kunnen leiden, om in het ontwerp type „Plolland" eene combinatie voor te stellen van 2 cylindrische ketels met 8 waterpijpketels type „Yarrow ?"

Het is voor goed verstand dezer belangrijke quaestie wenschelijk, hierbij even stil te staan.

Terwijl mailstoomers steeds hun volle vermogen ontwikkelen, is dit voor oorlogsschepen slechts bij uitzondering het geval en hierin ligt een der redenen waarom de stoomwerktuigen dezer laatsten, die voor een zelfde vermogen te boek loopen als particuliere stoomschepen en dit ook nu en dan kunnen ontwikkelen, slechts de helft en minder wegen van de werktuigen dier mailstoomers. Vooral kruisers zullen slechts zelden volle kracht loopen en wij kunnen ons dus voorstellen, dat bij het ontwerp van het ketelplan terecht het denkbeeld heeft voorgezeten, om geen groot gewicht aan - cylindrische ketels mede te dragen, die slechts zeer zelden gebruikt behoeven te worden. Dit vraagstuk is opgelost door het aannemen van 2 cyl. ketels, die voldoenden stoom leveren voor 12 mijl, in combinatie met lichte waterpijpketels, voor eventueel te ontwikkelen grooter vermogen. Waarom viel de keuze op het Yarrow-type ? Klaarblijkelijk omdat dit onder de vele lichte soorten uitmunt door groote eenvoudigheid en wijl er sedert jaren uitstekende uitkomsten mede verkregen zijn.

Wat beteekent het beweren van den heer T., dat er voor groote schepen geen uitkomsten met die ketels bekend zijn ? Ons antwoord is eenvoudig: niets. Het is niet de grootte van den romp van het schip die hier beslist, maar wel of er met groepen Yarrowketels elders vermogens zijn ontwikkeld, die met dat der kruisers zijn te vergelijken. Op buitenlandsche torpedoboot-destroyers zijn verscheidene malen 5500 I.P\K- verkregen en er is dus niets tegen, om met eene groep, die evenredig veel grooter is genomen, de voor onze kruisers benoodigde 7000 I.P.K. te ontwikkelen.

Het is een gunstige omstandigheid voor de ketels der kruisers, dat zij slechts 21.7 I.P.K. per M3. R. O. behoeven te maken tegen 28 I.P.K. op de „Viper". Volgens het betoog van den heer T. schuilt hierin een kans van mislukken. Busley geeft in het no. van 7 Nov. jl. van het „Zeitschr. d. Ver. Deut Ing." een tabel, waarin de Yarrowketel op een Chineesche torpedoboot 5000 I.P.K. of 50 I.P.K. per MA R. O. heeft geleverd.

De aanneming van dat keteltype veroorloofde, om voor het totale machine- en ketelgewicht slechts over 600 ton te beschikken voor 9250 I.P.K., terwijl bijna 40 pCt. meer zou noodig zijn voor het project met cyl. ketels alleen en een mailstoomer voor dat vermogen ongeveer 1800 ton zou behoeven.

In „the Naval Annual" van 1896 noemt Lord Brassey het ketelplan onzer kruisers een gewichtigen stap op dat gebied. Door buitenlandsche tijdschriften (zie „Engineering", „Mittheil. a. d. Geb.