is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPLEIDIMG TOT MATROOS EN TOT ONDEROFFICIER.

799

Doch er is meer, cijfer al de jongens eens weg, dan waren er over, behalve de Commandant, 15 officieren en adelborsten, ongeveer 26 onderofficieren en korporaals, 19 matrozen late klasse en 10 mariniers, d. i. te zamen ruim 70 menschen, eene bemanning zooals zelfs een vijfmastzeilschip wel nimmer zal hebben. Nu moge het verkeerd zijn voor gegradueerden om in normale omstandigheden mede te werken, wanneer echter het behoud van schip en equipage op het spel staat, zoude het: „nood breekt wet" zeer verantwoord zijn.

Bovendien met 19 matrozen lste klasse, sterke menschen, kan men toch wel 2 marszeilen reven (de kruistop vast zijnde) zonder dat er jongens naar boven gaan, trouwens deze reis werkten nagenoeg alle jongens reeds dadelijk mee.

Ten einde niet in de Noordzee teruggeslagen te worden, hield de Commandant van de „Nautilus" naar Duins af en werd aldaar gunstiger wind afgewacht. Op deze wijze handelende zullen de jongens, wanneer men zoover in den Atlantischen Oceaan is, dat afhouden naar eene haven onmogelijk is, toch wel steeds door de zeeziekte heen zijn en voldoende a/b. gewend om de gewone manoeuvres van zeilen bergen te verrichten.

Eenmaal in den Atlantischen Oceaan zijn dan ook 2 matrozen op elke ra (in zeer bijzondere gevallen 2 op elke nok) zeer voldoende om, aangevuld door de jongens, de zeilen te reven of te bergen onder alle mogelijke omstandigheden ; men heeft dan ook weldra meer last om bij bevolen manoeuvres in het tuig de jongens beneden te houden, dan om ze naar boven te krijgen.

Tot zooverre de meening omtrent het veilige varen van een zeilschip — dat in goeden staat is — op den Oceaan, zoogenaamd met kinderen, waarbij de menschen steeds over het hoofd worden gezien.

En nu het onderwijs in de practische en theoretische vakken.

Natuurlijk kan op een zeeschip geen tableau van werkzaamheden gevolgd worden even als in eene kazerne of a/b. van een logementschip aan den wal, daar men te veel van het weer, de beperkte ruimte en vooral van de beweging van het schip afhangt en men bovendien rekening moet houden met het wachtdoen, zoodat in een guur klimaat of wanneer er 's nachts veel gemanoeuvreerd is, de exercities over dag niet te vermoeiend moeten zijn.

Ten einde echter een denkbeeld te geven van de oefeningen in zee, worden hier de werkzaamheden aangegeven, zooals zij plaats hadden op twee dagen, een met goed en een met slecht weer.

In mijn journaal staat opgeteekend:

Woensdag 20 November. Mooi weer met flauwe koelte. Wenden tweemaal op de E. W.

Jongens. 71/z — 9 uur. Dekspoelen enz.

9 Va— 10y2 uur. Bak 1 t/m. 6 Batterij. Bak 7 t/m. 12 geweer-exercitie.

10V2— HVa™- Bak 1 en 2 Sabel. Bak 3 en 7 Schieten losse