is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1897.

In db Eerste Kamer der Staten-Generaal.

VOORLOOPIG VERSLAG DER COMMISSIE VAN RAPPORTEURS over het ontwerp van wet tot vaststelling van hoofdstuk VI der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1897.

Het onderzoek van dit wetsontwerp in de afdeelingen leidde tot de volgende beschouwingen.

Eenige leden verklaarden hunne stem aan de begrooting te moeten onthouden, daar zij van meening waren, dat de kosten voor de landsverdediging de draagkracht der natie te boven gaan. Zij wenschten, ten einde niet in herhaling te treden, hunne meening bij het VIHste hoofdstuk nader toe te lichten. Tegen het beweren dat het eindcijfer dezer begrooting lager is dan dat van voorgaande begrootingen werd opgemerkt, dat dit slechts schijnbaar was en niet het^ geval zoude zijn, zonder de overdracht van uitgaven op de Indische begrooting.

Een lid uitte den wensch dat het benoodigd aantal schepen steeds zou worden aangevraagd bij eene suppletoire begrooting, opdat de Eerste Kamer in de gelegenheid ware om over de daarvoor opgebrachte gelden zelfstandig te oordeelen. Hij verklaarde nu genoodzaakt te zijn om tegen de geheele begrooting te stemmen, daar hij groot bezwaar had om zijne goedkeuring te hechten aan de uitgaaf van zulke groote sommen als nu, ook voor volgende jaren, gevraagd worden.

Verscheidene andere leden zouden voor deze begrooting stemmen zoowel op _ grond van het vertrouwen, dat zij in het beleid van dezen Minister stelden, als op grond hunner overtuiging, dat de voorgestelde uitgaven noodzakelijk waren, maar zij wenschten zich niet verder te binden dan voor de nu aangevraagde gelden tot aanbouw van drie nieuwe kruisers.

Door een aantal leden werd aan den Minister de hulde gebracht dat hij rond en eerlijk zegt, wat naar zijn oordeel nu en in de toekomst noodig is.

De door den Minister voorgestelde organisatie der marine getuigt^ naar veler oordeel, van degelijke studie en kennis. Al konden zij zich daarmede niet in alle deelen vereenigen, betreurden sommigen hunner dat ze was losgemaakt van deze begrooting en dat