is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN ANTWOORD.

853

dischen Archipel onmiskenbare vonrdeelen. Daarom heeft de Regeering gemeend daaraan den voorrang te moeten toekennen, de overige eigenschappen van de door haar voorgestelde schepen zijn daaraan evenwel niet in die mate opgeofferd, dat de schepen de koloniën niet zouden kunnen verdedigen tegen buitenlandsch geweld.

De redenen, die het noodig maken reeds nu met den bouw van drie nieuwe kruisers te beginnen, zijn in het Voorloopig Verslag zoo duidelijk en volledig uiteengezet, dat de ondergeteekende daaraan niets heeft toe te voegen ter beantwoording van de opmerking van enkele leden, dat het beter zou zijn te wachten totdat de deugdelijkheid der thans in aanbouw zijnde kruisers gebleken was. Terecht is ook in het Voorloopig Verslag opgemerkt, dat de — zonder veel moeite en kosten weg te nemen — gebreken der schepen type-;/Kortenaer" geen gegronde reden geven om ook omtrent de nieuwe kruisers ongunstige verwachtingen te koesteren.

Ter voldoening aan het te kennen gegeven verlangen om te vernemen wat de resulten zijn van de aan de „Piet Hein" aangebrachte verbeteringen, zij het volgende medegedeeld.

De pantserschepen „Evertsen" en „Piet Hein" vertrokken op 11 December jl. naar zee, beide voorzien van de voorgenomen verbeteringen, de „Evertsen" evenwel zonder kimkielen. Het doel van den tocht was het nemen van vergelijkende slingerproeven, tot bepaling van den invloed der kimkielen op de bewegelijkheid der schepen.

Aangezien in de Noordzee geen voldoende deining werd aangetroffen om de schepen te doen slingeren, werd koers gesteld naar het Engelsche Kanaal en de gronden.

Nadat Dungeness gepasseerd was, nam op 12 December de wind uit het Zuiden tot W.Z.W. toe tot dubbelgereefde marszeilskoelte. Het bleek toen reeds dat het op het voorschip overkomende water vóór de waterkeering bleef en zeer spoedig door de nieuw aangebrachte poorten wegliep.

Gedurende den nacht werd het weder handzamer enden 13den December werden in den voormiddag de eerste vergelijkende slingerproeven genomen. Er liep eene Westelijke deining, geschat op eene golflengte van ongeveer 25 M. en op eene hoogte van ongeveer 2 M. Met 9-mijls vaart werden, in vijf verschillende positiën ten opzichte van de deining, slingerproeven genomen, waarvan de uitkomst was, dat de grootste hellingen van de „Evertsen" 18° en van de „Piet Hein" 11° bedroegen, gemeten op den horizont en met de deining 4 streken van achteren.

Op den namiddag van dien dag werden de proeven herhaald met 5-mijls vaart, hoewel er meer wind dan gedurende den voormiddag en de deining ongeveer dezelfde was, bedroeg de grootste helling van de „Evertsen" slechts eenmaal 15°.

De wind begon tegen den avond weder aan te wakkeren en in den nacht woei eene dichtgereefde marszeilskoelte met stormvlagen (windkracht 9 tot 10) uit het Z.W. Later liep de wind met stormkracht naar het N.W. en in den morgen van 14 December was het zwaar stormweder (windkracht 11). Er liep eene zeer