is toegevoegd aan uw favorieten.

De weegschaal, 1828, no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 425 )

Zeeland, Utrecht, Vriesland, Overijssel, Gto* ningen en Drenthe.

Onder die gebouwen zijn echter niet begrepen, maar wel uitdrukkelijk uitgezonderd:

1. Buskruidmolens, en de gebouwen, waarin buskruid bewaard wordt, gelijk mede alle windmolens.

3. Teerkokerijen, suikerraffinaderijen, kamferstokerijen, en soortgelijke voor brand ligt vatbare inrigtingen.

3. Gebouwen, in wier nabijheid geen genoegzaam water is ter blussching.

4. Gebouwen, die te oud en te bouwvallig, of van hout gemaakt en met riet of stroo gedekt zijn, staande op zich zeiven , en niet behoorende tot gebouwen, die verwaarborgd kunnen worden.

Er zijn drie afdeelingen, welke ieder eene afzonderlijke kas , en met elkander niets gemeen hebben, zoo dat de eene afdeeling voor brandschade, in eene der andere gevallen, op geenerlei wijze , direct of indirect aansprakelijk is. Tot de eerste afdeeling behooren de gebouwen in de groote steden en derzelver omtrek. Tot de tweede afdeeling behooren de gebouwen in de kleine steden en dorpen, met derzelver omtrek. Tot de derde afdeeling behooren al zulke gebouwen , die verder dan een kwartieruurs van eene stad, of meer dan tien minuten van een dorp liggen , en de zoodanigen, welke, van hout, met pannen, of van steen, met riet gedekt zijn. Iedere afdeeling wordt verdeeld in onderdeelen, en dezen wederom in afzonderlijke klassen, naar gelang van het meerder gevaar, waaraan de gebouwen, hetzij uit hunnen aard, of door bijzondere ligging, of ook door plaatselijke omstandigheden, onderworpen zijn.