is toegevoegd aan uw favorieten.

De weegschaal, 1828, no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 448 )

is, wel te willen letten, zoo als, behalve meer andere zaken, dat de heer van ouwerkerk de vries, na de bekrooning, kennis gekregen hebbende van het Advijs des graven van hogendorp, ingevolge van hetzelve sommige denkbeelden, of uitdrukkingen verzacht heeft. Niet zoodanig, of het Advijs behoudt, over het algemeen, zoo als ze nu gelezen wordt, deszelfs toepassing; en, al was er in de verhandeling nog veel meer verandering gekomen, dan nu het geval is, had toch het Advijs, over de ouwerkerksche verhandeling, voormaals aan de Haarlemsche maatschappij uitgebragt, bij de openlijke uitgave onveranderd moeten blijven.

In het naschrift is de heer professor tydeman zoo beleefd, om de verhan-eling van den heer ouwerkerk de vries voortreffelijk te noemen, maar zijn hooggel. matigt die hooggestemde lofspraak, toch dadelijk, met de zeer juiste aanmerking, dat het geschiedkundig tafereel, waarmede dat werk aanvangt , en hetwelk er al den grondslag van uitmaakt, niet hooger opklimt, dan tot den afval der Engelsche koloniën in Noord-Amerika, en den daarmede naauw zamenhangenden oorlog van Engeland, tegen de republiek der vereenigde Nederlanden. Alles wat de heer prof. tijdemam, op m 58. tot regtvaardigirjg van het standpunt bijbrengt , vanwaar de maatschappij is uitgegaan, is allezins beleefd, maar ]jan £.en 0npartijdigen Jezer, die met geenerlei genootschappen iets te maken heeft, niet bevredigen.

Meer naar den aard der zake is het, wat prof. tydeman bl. 59. schrijft, dat men misschien had mogen verwachten, dat de heer van ouwerkerk