is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sportblad; Officiëel orgaan van den Nederlandschen Voetbalbond jrg 16, 1908, no 3, 15-01-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPORTBLAD

8

Binnenland,

De wedstrijd te Darlington. III.

Ik had niet gedacht van dezen strijd nog een 3e artikel te moeten wijden, maar een artikel in „de Sport" noopt me, nogmaals m'n meening over dezen wedstrijd en z'n gevolgen te verdedigen.

„De Sport"-redacteur noemt me een optimist van de ergste soort, ik had dit verwacht en voorspeld en geef nogmaals toe dat iemand die den strijd niet ge?ien heeft tot 'n dergelijke conclusie komt.

Ik zal me dus over dat optimisme niet warm maken.

Laat ik het artikel in „de Sport" eenigszins op den voet volgen. Mag ik er dan eerst op wijzen dat ik er niet aan twijfel of het verslag in „de Sport" is geschreven door iemand die den wedstrijd heeft bijgewoond, ik heb n.b. zelf de copy er van medegebracht en aan den heer Hans bezorgd. Het zou dus ook te mal zijn als ik zoo iets zou durven beweren.

Ik heb slechts bedoeld er op te wijzen, dat het verslag of liever enkele opmerkingen bij het verslag, die misschien door de redactie zelf zijn toegevoegd, niet van groote kennis van zaken getuigden.

Longpassing is niet gespeeld door ons en de opmerking dat de Engelschen ons longpassing afkeurden, mist dus allen grond.

„De Sport"-redactia schijnt echter niet te weten wat longpassing is en verwart het met het z.g. „kick-and-rush", want goed longpassing is op 'n modderachtig veld zeker te prefereeren boven het door ons gespeelde shortpassing.

Longpassing is b. v. samenspel tusschen den linksbuiten en rechtbinnen, en den rechtsbuiten en linksbinnen, welk spel, mits natuurlijk goed gespeeld, voor een verdedigingallerwanhopigstis.

Wanneer „de Sport "-redacteur, zooals ik, nauwkeurig het ontstaan van de A.P-A, had gevolgd en gelezen had de wijze waarop door sommige Engelsche bladen destijds daden der P.A. werden becritiseerd, had hij mij volkomen gelijk gegeven wanneer ik de verslagen van de door mij aangehaalde bladen voor waardeloos verklaar. Enkele officials die het Bishops Aukland-team vergezelden noemden deze verslagen „rubbish" dat is dus ongeveer waardeloos opvulsel.

Wnzelf bevonden ons gedurende den wedstrijd in de Press-box, waar we met verschillende collega's spraken, die vrijwel allen eenstemmig waren in hun oordeel. De meening, dat de beide doelpunten ons geschonken waren, zou ik niet graag onderschrijven. De Engelsche spelers hechten enorm aan zoo'n internationale onderscheiding en zou men nu durven aannemen, dat iemand als Brebner in tegenwoordigheid van het geheele selection-committee met opzet 'n houdbaren bal zou laten passeeren, of een der backs iets dergelijks zou doen ? Kom, 't zou te mal zijn om zoo iets te gelooven. Waarcm hebben de Engelschen dan ook verleden jaar in Parijs den Pranschen niet 'n puntje cadeau gegeven, toen ze toch al meer dan 'n dozijn punten voor waren.

„De Sport"-redacteur vertelt verder steeds voor zelf-overschatting gewaarschuwd te hebben.

Deed hij dat ook na den wedstrijd tegen de Corinthians ? Of was dat toen soms ook 'n grapje a la Interviewer.

In het 2e gedeelte na zijn betoog tracht „de Sporf'-radacteur de motieven die ik voor het falen van de middenlinie aangaf te weerleggen.

't Falen weet ik len aan den zwaren gladden grond. De schrijver meent mij op 'n inconsequentie te betrappen waar ik van te voren het spel der voor- en achterlinie geroemd had. Eilieve heeft hij nooit ontdekt dat alle spelers niet even zwaar waren ? Toevallig werd juist de middenlinie gevormd door de meest „gewichtige" spelers en het is dus 'n waarheid als 'n koe dat die het meeste last van het terrein hadden.

Spelers als Stom, Heijting, Welcker, Dozy en Ruffelse, bewogen zich vrij gemakkelijk. Ze liepen vrijwel „op" de klei, terwijl b.v. Kessler er soms tot over de enkels inzakte.

Verder vertelde ik dat de iterkte der Engelsche voorlinie een andere oorzaak voor het falen der middenlinie was.

Wat „de Sport:'-redactie hiertegen aanvoert heeft me een oogenblik doen twijfelen of het artikel wel au serieux te nomen is De heer Hans verklaart me echter desgevraagd dat hét volkomen ernstig bedoeld ie.

Het eenige wat ik daarom doen kan, is hem te verzoekeü nogmaals te willen lezen, wat ik schreef in art. II blz. 4, laatste helft der 2e kolom in no. 1, misschien wordt hem bij herlezing de zaak duidelijker.

Mogelijk zal hij dan ook zien, dat ik er juist op gewezen heb, dat het geen tahfiefagebrek was, maar eenvoudig onmacht.

Zonderling klinkt het om te hooren, dat de Korver ook in Darlington weer bewezen heeft de Hollandsehe middenspeler te zijn, die de besta opvatting van z'n taak had. Ook dat heeft de schrijver van „hooren zeggen*. Feit is, dat de Korver alleen boven z'n buurlui uitblonk, doordat hij moeielijker te passeeren was en beter afnam, maar z'n takiiek stond al even hard onder dan druk van den Engelschen aanval als bij Otten en Kessler.

Waarom toch altijd die verheerlijking van de Korver ? Zeker, in een Hollandechen wedstrijd is bij vaak 6e voorwaarts en 3e back (misschien helt bij zelfs wel eens wat te veel naar de voorhoade over) maar in Engeland heeft hij van die dubbele capaciteiten niets kunnen laten zien.

Wat verder de taktiek van het samenspel aangaat, heb ik reeds hetzelfde geschreven wat de heer Hans nu vertelt; ons samenspel is vaak te veel van man naar man in plaats van naar de plaats waar iemand zal komen. Ik noemde dit 'n kleinigheid, maar 'n kleinigheid die oorzaak kan zijn van heele groote nederlagen, 'n Kleinigheid van het grootste belang dus.

'n Klein stofje kan een heel raderwerk doen stilstaan en toch is zoo'n stofje op zich zelf slechts een kleinigheid.

C J. G.