is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sportblad; Officiëel orgaan van den Nederlandschen Voetbalbond jrg 16, 1908, no 38, 17-09-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPORTBLAD

15

bezwaar gemaakt worden.

De Voorzitter merkt op, dat het bestuur ten allen tijde het recht van indeeling heeft.

De heer Kips brengt nu het door hem ingediende schema ter sprake. De heer Hirschman heeft zijn voorstel een ideaal genoemd maar, de tijd om de indeeling zoo te maken is er nog niet. Juist omdat het een ideaal is zou men goed doen, de wijziging ineens in te voeren. Want, wanneer is er dan een oogenblik, om de wijziging in te voeren ? Voor een ideaal bestaat geen tijd. Het voorstel lijkt revolutionair, dat moet spr. toegeven. Er wordt een geheel nieuwe toestand door geschapen Nu vraagt hij den heer Hirschman, als de tijd nog niet gekomen is om die nieuwe toestand in te voeren wanneer is er die tijd dan wel ? We geraken ieder jaar in grooter moeielijkheden. De debatten hebben afdoende bewezen, dat men nu al ia groote moeielijkheden'zit. Nu zijn er drie oplossingen mogelijk. Namelijk : le het Zesde in te deelen in het oosten; 2e het Zesde in te deelen bij het westen. 3e het Zesde ia te deelen in een nieuw op te richten zuidelijke eerste klasse.

Voor indeeling in bet westen voelt spr. het minst. De afdeeling wordt dan al weer een club grooter, en dat is te veel. De vereenigingen hebben op het oogenblik al moeite om hun wedstrijden behoorlijk te spelen en af en toe nog eens wat internationale wedstrijden te spelen ; bovendien beeft de N.V.B. nog verschillende dagen noodig voor zijne internationale ontmoetingen- Dat is een bezwaar waaraan gedacht kan worden. Maar er is meer. Er is gezegd, dat Achilles in zekeren zin benadeeld zou worden wanneer men het Zesde nu ineens bij het westen ging indeelen. Daarvan is veel waar en nu mag de heer Hirschman wel theoretisch redeneeren, dat Achilles nooit zoo'n schoone kans heeft gehad om in de eerste klasse te komen als wanneer het Zesde er bij wordt ingedeeld, maar voor een dergelijke redeneering voelt spr. niet veel. In- j dien Achilles in dezelfde conditie was geweest als het Zesde, had deze vereeniging al lang eerste klas geweest. In ieder geval zou het een ernstige onbillijkheid zijn. Er is echter nog öieer. Wanneer men het Zesde in het westen indeelt kan men mathematisch aannemen, dat deze vereeniging het volgende jaar weer gedegradeerd is. We hebben nu de gelegenheid °m een militaire vereeniging als het Zesde, met een speciaal karakter, de hand boven het hoofd *e houden, en moeten haar nu niet bij de eerste de beste gelegenheid naar de maan helpen, door lndeeling in een veel te sterke competitie.

Wat de indeeling in het oosten betreft, moet SPgemerkt worden, dat alle clubs daar behalve «vilhelmina, dat er geen belang bij heeft, er vUk tegen zijn. Dat moet zeer zeker een Motief zijn om de indeeling in het westen ernstig te overwegen. Waarom moet men nu een vereeniging indeelen tegen den zin van het a»gemeen ? Het bezwaar der groote reizen is ^erkelijk zser groot. Voor dien steun van de °fficieren geef ik overigens weinig. Dat is maar een e'e'a-dags vlieg. Eerst is het allemaal nieuw e° mooi, maar spoedig begint men er anders £ver te denken en wat het voornaamste is, we j^ebben op het oogenblik een minister van

oorlog, die niets voor de sport voelt en die heeft, als er iets gebeurt maar ééa circulaire te zenden naar den korpscommandant en de zaak is uit. Dan is bet Zesde nog veel verder van honk.

Het is echter naar spr. meening niet noodig, de vereeniging daaraan bloot te stellen. Een prachtige oplossing is indeeling in een zuidelijke eerste klas. Het is waar dat de formatie van deze afdeeling voor een paar clubs nu niet direct zoo aangenaam is, maar op den duur moet er toch verandering komen en dan is het bezwaar over een kortoren tijd weer opgeheven.

De he<;r de Boer heeft gezegd, dat de vereenigingen, die ter formatie van een nieuwe afdeeling zouden moeten promoveeren bij keuze geen tijd hebben om zich voor de eerste klasse staat in te richten. En hoe moet een vereeniging in het westen dan, die promoveert? Die moet zich dan toch ook direct inrichten? Hij gelooft niet dat dit nu zoo'n groot bezwaar is. Geld doet ook heel wat en als men zoo ineens in de eerste klasse speelt is men allicht in staat, wat geld los te krijgen om zich eens wat in te richten.

Dan is er nog een bezwaar genoemd. Er zouden drie 1ste klassers in Breda zijn. Men moet niet vergeten, dat het voor Breda een heel ander geval is dan voor bijv. Botterdam en den Haag. Velocitas is een cadettenclub, t Zesde een onderoffieiersvereeniging en Noad is de eenige burgerclub. De heer de Boer interrompeert, dat het Zesde tegenwoordig ook al met burgers speelt, zoodat het militaire decorum er ook al af is. De heer Kips repliceert, dat dit een fout is van het Zesde, waarmede wij nu eigenlijk geen rekening hebben te houden. Op den duur zal men nu in Breda wel uitvechten, wie eigenlijk den boventoon moet voeren. Indien er tusschen de drie geen gelijkvormigheid bestaat, zal bijv. Velocitas zich spoedig de meerdere toonen en gaat 't Zesde er vanzelf uit, waardoor men twee clubs overhoudt. De indeeling in de zuidelijke competitie heeft tenslotte dit voor, dat zij geheel logisch is.

De Voorzitter merkt op, dat èn het oosten, èn het westen tegen splitsing zijn, Dat is een vrij belangrijk motief. Men moet bij de beoordeeling van het voorstel Kips niet uit het oog verliezen, dat men daar nu ineens met een geheel nieuw voorstel komt, vlak voor de cempetitie. Dat zijn dingen waarop men wel eens voorbereid mag worden.

De heer Kips verdedigt nogmaals zijn systeem- Wat moet er gebeur m met Willem II, als die nu het volgende jaar kampioen wordt evenals 't Zesde ?

De heer De Haan verzet zich tegen het systeem Kips, omdat het hem wel wat al te geforceerd lijkt. Zoowel het oosten als het westen verzet zich tegen splitsing en nu komt Kips aan met een geheele wijziging in de indeeling.

De heer Kips repliceert, dat hij er alleen een gezonde toestand mee wil bereiken. Nu is de toestand uiterst verward, dat zal men moeten

toegeven.

De heer Hirschman blijft het voorstel Kips een ideaal noemen. Deze maakt zich tevens schuldig aan een groote inconsequentie, waarop