is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sportblad; Officiëel orgaan van den Nederlandschen Cricketbond, Nederlandschen Athletiek-unie en verschillende bonden en clubs jrg 23, 1915, no 13, 01-04-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HET SPORTBLAD.

vlugge trapvaste backs, de Chinees vuurpijlt nog steeds te veel, maar z'n vlugheid maakt hem toch tot 'n uitstekend achterspeler. De kalme Sijpestein had gemakkelijker taak dan Schudi, bij toonde zich voor zwaarder werk berekend.

Hoewel de gebroeders Francken flink gewerkt hebben, heeft hun spel toch niet die uitwerking als dat van den rechtervleugel, Dolf Bouvy en Breda Kolff, van H.F.C. Dat is fraai voetbal wat dit tweetal snelle en geroutineerde spelers laat zien. Jan Laan blonk niet uit, doch een rem voor de anderen — zooals bij wel eens gecritiseerd is — was hij geenszins. Trouwens daarin schuilt de kracht van den H.F.C-aanval: de spelers begrijpen elkaar uitfct kend en wordt vlug en in varieerenden stal gecombineerd, terwijl de binnenspelen) wel capaciteiten hebben (speciaal Dolf Bouvy is steeds gevaarlijk) om de kroon op 't werk te zetten.

De Haarlem aanval ontwikkelde niet zulk een homogeniteit, maar stellig niet minder snelheid, 't Ging soms razend vlug bij die roodbroeken en voortdurend motsten de H.F.Cverdedigers op hun qui vive zijn. Healy fungeerde als rechts-buiten waar hg minder opvalt dan op de spilplaats. Men kan echter geen twee centre-halfs in een elftal laten spelen, zonder er een op 'n andere plaats te zetten. Houtkooper plaatste zeer oordeelkundig en zorgde meer voor 't verband in de linie dan Schravendijk die niet bijster tactisch speelde. Doch z'n gevreesde schuivers heeft Houtkooper slechts een of tweemaal kunnen afzenden, daarvoor werd hij te g03d bewaakt. De zeer snelle linksbuiten moet nog meer z'n vleugel houden; we gelooven echter niet een veel beloovecd speler gezien te hebben. De Z.A.C.'er Wassen was een enkele maal in 't overgeven van den bal te langzaam, doch 't was de eerste keer in Westeljjk le klasse voetbal en och, dat verschilt heel wat met Oostelijk 2e klasse spel. Met dat al heeft hij kranig gespeeld en spoedig zou blijken dat deze Zwollenaar ook in de hoofdafdeeling 'n kracht zou zijn, die in elk elftal een plaats ingeruimd kan worden.

Feitelijk is Wassen jaren geleden door onzen redacteur ontdekt toen die als arbiter fungeerdo bij den wedstrijdZ.A.C—Robur. Wassen epeelde toen als invaller mede en i iemand was over de proef tevreden. Men was dan ook verbaasd in J't Sportblad van redactioneele zijde de opmerking te lezen dat hem (Grootboff) inden aanval het epel van den jeugdigen Wassen het beste bevallen was. Dat beloofde iets voor de toekomst, 't Is wel zoo uitgekomen. NEVOH.

Van 't Dordtsche eiland.

De bekeroverwinningen, die D.F.C. achtereenvolgens op M.V V.O. en Wilhelmina behaalde en waarbij de Dordtsche kanonniers telkens zeven bressen schoten in de versterkte stelling van den tegenstander, hadden de D.F.C-supporters niet kunnen gerust stellen met , betrekking tot den uitslag der ontmoeting D.F.C.-H.V.V. De 9-1 nederlaag, op het veld aan den Wassenaarschen weg zat hun nog in de maag; de geheele verdediging van het lste elftal zat in de lappenmand; Kant had van een Wilhelminaman zoo'n duchtigen por in de ribben gekregen, dat hij nog wel e«n

poosje op 't ziekenrapport zal staa ; de noteering der D.F.C.-fondsen daalde Zaterdagavond onrustbarend. De overzichtschrijver in de Dordtsche Crt. scheen die stemming niet te deelen en voorspelde voor D.F.C, eene overwinning, alsof de heele zaak niets om het ljjf had.

De uitslag 2—2 heeft de twijfelaars in het ongelijk gesteld: D.F.C. had meer dan gelijk spel, had eene overwinning verdiend.

't Spel der groote Haagsche was nu niet wat men met de spreuk: „Noblesse obligo" voor oogen van de „haute vo;ée" der residentiestad zou verwachten; niet, omdat het forsch was, maar er lag een vrij dikke laag onbesuisde ruwheid op, die H.V.V. zelf geen voordeel bracht, de tegenpartij slechts gevaarlijk kon zijn. 't Is me thans duidelijk, waarom het publiek in Arnhem, in Breda en onlangs in Haarlem den Wassenaarschen leeuw zich zoo ongenegen betoonde en de geelzwarten door hooger macht in bescherming moesten genomen worden, 't Was wel hoffelijk van H.V.V. op die wijze de sportieve tegemoetkoming, door D.F.C. haar betoond, te beantwoorden.

Naast het ruwe spel, misschien juist om het ruwe spel der H.V.V. viel op de zeer onvoldoende leiding van den heer Eymers.

Hoe kwam het toch, dat deze geroutineerde arbiter, zoo geheel de kluts kwijt raakte, geheide buitenspelstanden niet zag, den backs der H.V.V., binnen strafschopgebied, toeliet, de voorwaartsen der D.F.C. bij hun hemd vast te houden, hunne ruggen met de vuisten te bewerken? Was de wedstrijd te snel, de spelers te harstochtelijk, het publiek te opgewonden? Mg dunkt, de heer Eymers heeft toch meer met dat bijltje gehakt. Maar: „Schwammdiüber"; zeker is het, dat met voldoende leiding D.F.C. gewonnen had.

H.V.V. miste v. Legden, Launspach en Thomee, terwijl in het doel Mac Neill op uitstekende wijze de plaats van Van Weel verving. Beeds aanstonds wisten de geelzwarten de leiding te verkrijgen; Van Hemert, die den bal naar doel zag rollen, raapte hem niet op, maar meende hem door zijn achterspeler, die D. Kessler afhield, heen te trappen; het gevolg was, dat Van Woenssel bleek niet doorkogelbaar te zijn, en dat Kessler met een duwtje den terugspringenden bal in het doel plaatste.

Onder de luide aanmoedigingen van het publiek nam nu D.F.C. het spel in handen. De Serrière spande zich in om den kleinen linksbuiten te houden, maar deze gleed hem als een aal door de vingers en heel wat mooie voorzetten kwamen van dien kant; doelpunten werden er echter niet gemaakt; de geelzwarten trokken zich terug, verdedigden hardnekkig, terwijl de geboden kansen door het vaak langzame, soms angstige spel van Sterrenburg en Moritz niet aanvaard werden. Sunr-erman en L-itsy werkten hard langs den rechtervleugel; Chris vond zijne oude liefde voor de schoten van de zijlgn, weer terug, maar kreeg natuurlijk nul op zijn rekest.

Van verre richtte men nu de kogels op Mac. Neill, maar de doelman weerde zich kranig en hield zelfs een eerste klasse-pil van Lotsy uitstekend.

Jan Noorduyn en Kuntze trachtten telkens