is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sportblad; Officiëel orgaan van verschillende bonden en clubs jrg 17, 1909, no 5, 04-02-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

HET SPORTBLAD.

Hans troont op een der bureaustoelen van de Telegraaf, schrijft z'n politiek proza in de schaduw van Schröder's sik. Hij zit daar hoog en droog, knie aan knie met Coucke, schouder aan schouder met Hylkema. Meerum doet rubriek • buitenland voor Vooruit, buitenland en binnenland, sport- en rechtzaken, scheepvaart en landbouw . . . vooruit maar!

En ik, Fritzie, ben de nederigste gebleven, kan net rond komen van wat ik bij Groothoff verdien, boud me stand op, hier in de Langstraat, mag als journalist omgaan met dominee en ontvanger. . . . that's all.

Maar Inter, dat is zeker, ik denk nog altijd met eerbied aan jou en met genoegen aan den tijd in Amsterdam.

Thans, nu we allemaal groote mannen zijn, zullen we onzen leermeester nog eens in stilte gedenken, want in één opzicht blijft Interviewer toch altijd onze meerdere. Hij toch verstaat het best de kunst iemand in 't ootje te nemen.

Z'n humor is 'n zegen voor onze voetbalwereld, die zonder hem zou uitdrogen tot de dorheid van 'n woestijn en tot de taaiheid van veterdrop.

Fbitzie.

*** De Chadwick Campagne.

Heel wat pennen zijn er in den laatsten tijd in beweging gebracht om Chadwick, den gemoedelijken trainer van het Nederlandsche elftal, die zich op het oogenblik zeker niet bewust zal zijn van den grooten rol welke hij op het oogenblik in onze voetbalwereld speelt.

De Sport heeft er weer een artikel aan gewijd en drijgt zelfs een actie op touw te zetten tegen die bestuursleden die thans nog hebben medegewerkt om Chadwick weer naar Holland te krijgen. We hebben zelf onze meening over dit onderwerp reeds meermalen gerept en mogen deze dan ook zeker wel als bekend Tsronders tellen.

Het deed ons echter genoegen een medestander te vinden in de Nieuwe Roü. Courant en daar in dat blad nog eens de puntjes, op de i worden gezet laten we het bedoelde artikel, dat zeker de volle aandacht verdiend, hieronder volgen.

„Op de vorige bijeenkomst van het bestuur van den Ned. Voetbalbond werd besloten, met het oog op de komende internationale ontmoetingen, den oefenmeester Edgar Chadwick weer uit Engeland te ontbieden, opdat onze spelers met zijne wijze lessen en raadgevingen hun voordeel zouden kunnen doen.

De heeren Kips, Gratama en de Boer kantten zich zich bij monde van den laatsten tegen het voorstel, omdat zij het huren van een oefenmeester in strijd achten met de in ons land gehuldigde opvattingen omtrent liefhebberij voetbal.

Het gelukte den voorsteller, den heer Hirschman, niettemin een meerderheid voor zijn voorstel te krijgen, zoodat aan de bestuurrcommissie opgedragen werd zich met Chadwick in verbinding te stellen, ter regeling van de voorwaarden, enz.

Het weekblad De Sport kan zich met dit bestuursbesluit allerminst vereenigen en in het

nummer van 29 Dec. schreef de redactie naar aanleiding van deze kwestie reeds „een woord van protest" en noemde het „koopen" van een beroeps-oefenmeester „een openlijke schennis van onze amateur-sport".

Ook komt De Sport in haar laatste nummer op dit onderwerp uitgebreider terug en veroordeelt het oefenstelsel, omdat het tegen onze liefhebberij sport indruischt.

Volgens het blad berust het oefen-stelsel op twee ongezonde gedachten: „ten eerste deze: - dat de sport in iemands leven zoo goed als hoofdzaak is, en ten tweede de volgende, dat, het koste wat het wil, de kwaliteit van het Hollandsche voetbal moet worden opgevoerd."

Deze bewering lijkt ons onjuist. Het oefenen onder deskundige leiding is toch de eenige weg om het spel te verbeteren. Evenals de roeiers, die een wedstrijdploeg vormen, eenigen tijd voor den strijd volgens zekere voorgeschreven regelen leven en bij hunne oefeningen den leermeester aan den kant hebben, zoo is het ook noodzakelijk, dat • een elftal voetballers onderwezen wordt, wil het werkelijk zijn vorm verbeteren.

Dit streven naar het verbeteren van spelvorm-komt ons natuurlijk en prijzenswaard voor, het oude spreekwoord: Wat ge doet, doe het goed, indachtig.

Een go.ed sportman wil in de sport, die hij beoefent, uitblinken, de eerste zgn en het is toe te juichen, dat er bij de Nederlandsche voetballers zooveel liefhebberij bestaat om een goed figuur te slaan op internationaal sportgebied, dat zij zich gaarne eenige genoegens ontzeggen, om tegenover den vreemdeling onze reputatie zoo goed mogelijk op te houden.

De leefwijze, die den voetballer voorgeschreven wordt, is niet zoo streng, dat zij een beletsel zou kunnen zijn om te voldoen aan onzen „hoogsten plicht: dien van het dagelijksch werk."

Integendeel: matigheid, onthouding van sterken drank, niet te veel rooken, geregelde en voldoende nachtrust, 't zijn alle consignes, die ons juist geschikter maken voor „dien hoogsten plicht," waar Be Sport van schrijft.

Er worden ook oefeningen voorgeschreven ; maar met een uurtje oefenen per dag kan men al gunstige resultaten bereiken. En zou dat uurtje niet gevonden kunnen worden, in ruil met biljart-, kaart- of borreluurtje? We gelooven, dat, met wat goede wil, Velen een uurtje kunnen afzonderen zonder aan „den hoogsten plicht" te kort te doen.

Verder is het blad van oordeel, dat het meer waard is, dat de voetbalsport beoefenaars vindt in de kringen van het toekomstige geslacht, dan dat eenige eersteklas elftallen beter en fijner gaan spelen.

Wij zouden zoowel 't een als 't ander bevorderd willen zien. Waarom zou bevordering van de kwaliteit, die van de kwantiteit in den weg moeten staan? Wij meenen, dat elke maatregel ter bevordering van de kwaliteit ook de kwantiteit ten goede komt.

Als onze spelers beter gaan voetballen, als er spannender ontmoetingen komen tegen buitenlanders, krijgen we meer publiek op onze velden, wordt de kring, die in voetbal belang stelt, wg'der.