Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pees.

SS1

het „verval der vloot", dat hij „niet twijfelachtig" noemde.

Zijne begrooting, die ondanks deze erkenning geene merkbare verhooging toonde, werd verworpen.

In de beraadslagingen drong de Kamer aan op „een stelsel", en op aanbouw bij particulieren. De Minister zeide ten slotte, dat hij, vooral met het oog op reparatie, bleef hechten aan het behoud van eigen 's landswerven. Nadat een krediet-wet voor een half jaar was aangenomen, trad de kapitein ter zee De Smit van den Beoecke in Februari '55 als Minister van Marine op. Bij zijne definitieve begrooting, welke in Mei de Kamer bereikte, bevond zich eene bijlage, behelzende „een stelsel voor de Nederlandsche Marine".

De Minister wenschte de sterkte der zeemacht in twaalf jaar op te voeren tot 20 schroefstoomfregatten van 400 P.Kr.; 20 schroefstoomschepen van 250 P.K., 20 schroefstoomschepen van 100 P.K., benevens het noodige kleinere materieel. De kosten in 12 jaar werden geraamd op pl.m. 17,5 millioen. Maar.... in de gewisselde stukken en bij de beraadslaging bleek dat de leden der Tweede Kamer het niet eens waren, over hetgeen zij met een „stelsel" bedoeld hadden, en niet voornemens waren dit plan te aanvaarden.

Men waardeerde, dat de Minister getracht had het vraagstuk op te lossen, maar wenschte dat hij zijne begrooting geheel los maakte van het aangeboden stelsel.

Nadat Z.Exc. dat verzekerd had, werd de begrooting aangenomen.

Is deze gang van zaken niet leerrijk?

En bij de volgende begrooting beklaagde de Kamer zich in het voorloopig verslag dat de Minister in Zijne Memorie van toelichting het stilzwijgen over zijn „stelsel" had bewaard.

Wij zullen de geschiedenis niet verder volgen; met kleine variaties wordt steeds dezelfde cirkelgang dooiioopen.

Minister Lotsy verklaarde, het stelsel van zijn voorganger wel in hoofdzaak, doch niet geheel te kunnen overnemen. Inmiddels bouwde hij hoofdzakelijk klein materieel aan. Wij krijgen dan weer geschriften, brochures etc. over zijn beleid.

Zijn opvolger, de kapitein-luit. ter zee Huyssen van Kattendijke, die zich met dit kleine materieel niet kon vereenigen, lokte een parlementaire enquête, uit. Resultaat: een zeer volumineus rapport, een foliant van 394 bladzijden.

Dan een kleine opflikkering van de belangstelling der natie in haar Zeemacht als het ramtorenschip „Prins Hendrik deiNederlanden" den 19den Juli 1867 ter reede Texel verschijnt, maar geen blijvende verbetering. ...

Klachten, brochures, commissies, dikke, meestal met zeer veel zorg bewerkte, rapporten, ministers die zich met de voorstellen in die rapporten vervat om vele redenen niet konden vereenigen, volksvertegenwoordigers die „stelsels" wilden, maar zich met geen enkel stelsel dat geld kostte konden vereenigen,

M. 1912—1913. 57

Sluiten