Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GIDSARTIKEL „DE VERDEDIGING VAN NEDERLANDSCH-INDIË."

(Een toekomstbeeld) door F. C. Hering, oud-Luit.-kol. 0.1. L.

De schrijver, die zoo vriendelijk was ons een overdruk van zijne studie te zenden, begint zijn interessant artikel met op zeer duidelijke wijze aan te geven waarom Nederlandsch-Indië in zijn geheel niet anders dan ter zee met succes verdedigd kan worden en dat, zoolang wij in den Archipel een goed samengestelde en voldoend sterke vloot bezitten, een vijand aan eene landing niet kan denken.

Daarna wordt overgegaan tot de vraag, welke maritieme middelen Ned-Indië bezitten moet om tegen verovering gevrijwaard te zijn en hoe bij den aanmaak of de aanschaffing daarvan te werk moet worden gegaan.

De maritieme verdedigingsmiddelen zouden alle moeten zijn van de hoogste klasse: pantserschepen (superdreadnoughts van 26000 ton en meer1), torpedobooten, torpedobootjagers, torpedokruisers en onderzeebooten, waarbij het aantal torpedobooten c. a. naar verhouding zeer groot zou moeten zijn, daar zij in de verdediging een gewichtige rol zullen spelen.

Een uitsluitende torpedovloot acht schr. niet wenschelijk daar het torpedomaterieel om vertrouwen te verdienen, zóó uitgebreid zou moeten zijn, dat het om verschillende redenen niet zou zijn te onderhouden.

Verspermijnen, bewaakt door forten, goede draadlooze telegraphie voor den inlichtingsdienst en een uitnemend luchtvaartwezen zoowel voor zeeverkenning als voor den werkdadigen strijd zijn mede noodzakelijk. Verder wordt betoogd dat ons land vóóraan moet staan bij het streven naar verkleining van

4 De schrijver acht de, volgens de pers, door de Staatscommissie voorgestelde dreadnoughts van ± 22.000 ton, en ± 22 mijl snelheid passend in 't krachtige stelsel, dat in zyn artikel wordt aanbevolen. M. 1912-1918. 61

Sluiten