Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

942

het gidsartikel

de oorlogskans in 't algemeen, maar dat, zoolang dat te vergeefs blijkt, onze Regeering zich behoort te verzetten tegen de beperking van strijdmiddelen en zich b.v. niet moet laten binden door een overeenkomst, waarbij het werpen van bommen uit luchtvaartuigen verboden is.

Als aangewezen plaats voor oorlogshaven wordt Soerabaja genoemd, dat voorzien zal moeten worden van alle inrichtingen van oorlog, waarbij forten met het zwaarste kustgeschut, de noodige bescherming geven.

Daar het kapitaal, noodig om Indië zoo spoedig mogelijk in het bezit te stellen van al de gevraagde verdedigingsmiddelen, nog niet aan te wijzen is, zou aangevangen moeten worden met het minder kostbare: den bouw van het torpedomaterieel, het vliegwezen en de verbetering van de vaarwaters naar Soerabaja, om daarna geleidelijk verder te bouwen, zoodat, wanneer over een kwart eeuw de eindcijfers der Indische begrooting een milliard guldens aanwijzen, (eene volgens S. niet gewaagde conclusie) Ned.-Indië reeds een vloot kan bezitten en verder onderhouden als boven aangegeven.

Het personeel der vloot zou overwegend Inlandsen moeten zijn, terwijl het Europeesche personeel een zoodanige getalsterkte zou moeten hebben, dat ieder zich minstens V4 van den verblijftijd in Indië aan wal kan bevinden in de bergstreken van Java en Vs van zi.in diensttijd in zijn geboorteland kan vertoeven.

Verder wordt betoogd dat Ned.-Indië een eigen marine moet hebben en als logisch gevolg hiervan, deze geheel zal behooren te bekostigen.

Ten slotte worden eenige beschouwingen gewijd aan de zeekrijgskunde, waarbij ten deele uitgegaan wordt van hetgeen in dit opzicht in de Memorie van Antwoord aangaande het 7600tons pantserschip voorkomt.

In het bovenstaande is zeer in het kort een overzicht gegeven van het eerste1) gedeelte van het zoo belangrijke artikel van den heer Hering; een artikel dat men in extenso moet lezen om het goed te kunnen beoordeelen en dat die lezing ten zeerste waard is. En waar wij dit artikel zoo belangrijk noemen, omdat de verdediging van Ned.-Indië (welke gelukkig in den laatsten tijd meer de aandacht trekt) er in haar geheel in besproken wordt, achten wij het gewenscht, waar wij in enkele hoofdpunten het met den schrijver niet eens zijn, onze opinie kenbaar te maken.

Waar wij ons met een vloot bestaande uit zware schepen

i) Het 2<ie gedeelte van het art., handelende over „Ons weervermogen te land", zullen wü hier niet bespreken.

Sluiten