Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE PERS.

„Het Handelsblad", Donderdag 12 December 1912. De slechte geest onder het mindere Marine-personeel. I.

In de Memorie van Antwoord op het voorloopig verslag betreffende de algemeene Staatsbegrooting over het jaar 1913 zegt de Regeering o.a. het volgende:

„Dat de slechte geest onder het mindere personeel (van leger en vloot, ook in Indië) te wijten is aan de actie deimilitaire bonden valt natuurlijk moeilijk te bewijzen, al twijfelt de Regeering daaraan ook niet."

De Regeering constateert dus dat een slechte geest onder het mindere personeel bestaat, en daar zulk een geest in leger en vloot een groot gevaar voor den Staat vormt, is het haar plicht maatregelen te nemen welke aan dezen toestand zoo spoedig mogelijk een einde maken.

Wij willen ons in de volgende beschouwingen beperken tot het mindere Marine-personeel; wij zullen trachten na te gaan hoe de slechte geest onder dit personeel is ontstaan, hoe deze geleid heeft tot het stichten der organisatie, hoe de groote Marine organisatie — de bond voor minder Marine-personeel werkt, en welke onzes inziens de middelen zijn om aan den slechten geest, die zoo onzegbaar veel afbreuk doet aan de gevechtswaarde van de vloot, een einde te maken.

Laten wij daartoe beginnen met in onze gedachten een vijftien, twintig jaar terug te gaan.

De Marine verkeerde destijds, wat materieel betreft, in een overgangstijdperk. De kruisers type „Atjeh", en daarmede vrijwel de laatste schepen met zeilvermogen, waren aan het verdwijnen. De eerste meer moderne schepen, Hr. Ms. „Koningin Wilhelmina" en „de Kortenaers" deden hun intrede.

Men meene echter niet dat gelijktijdig met dit moderne materieel ook meer moderne begrippen hunne intrede in de zeemacht deden.

Niet alleen dat elke Marine in haar wegen conservatief is, maar de toestanden - speciaal in onze Marine — leidden er toe, te maken dat nieuwe ideën, betere opvattingen omtrent den dienst, omtrent de discipline zeer moeilijk ingang vonden.

Om te begrijpen waarom zulks in 't bijzonder in onze Marine het gevai was, dient men in de eerste plaats in het oog te houden, dat de discipline zich geheel aan moet passen aan het gehalte — en dit hangt direct af van de recruteering der bemanning.

Met het verkrijgen van vrijwilligers voor onze vloot heeft men sinds onheuglijke tijden de grootste moeilijkheden gehad.

Sluiten