Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pers.

'JSo

De opleiding nl. van de zeeofficieren, zelfs 'n twintig jaar geleden, miste eiken paedagogischen grondslag. Het was een zuivere technische opleiding, een goede vakopleiding op meer wetenschappelijke basis, geheel voldoende om bekwame zeeofficieren te vormen, maar er ontbrak elke poging tot

karaktervorming. De discipline op het Koninklijk Instituut voor Marine was zeer streng; bovendien werd daar somstijds tegen het meest elementaire gevoel van recht gezondigd, en zulks was temeer mogelijk, omdat den adelborsten, daar zij geen militair waren, practisch elk hooger beroep ontbrak. Hier werden geen karakters gevormd; het leek soms of deze opleiding poogde karakters te breken.

Waar verder de moeilijke, dikwijls ondankbare taak van den zeeofficier voor het grootste gedeelte bestaat in opleiding, in de opvoeding, dus in de karaktervorming van den minderen schepeling, was het onverantwoordelijk hem op de vloot te zenden zonder dat hem eenig idéé van militaire paedagogie gegeven was.

Trouwens, de verdere opvoeding van den officier — zoo van het Instituut - was ook geheel zonder systeem, zonder leiding; zij was van een paedagogisch standpunt geheel verkeerd. Wié, die in die dagen aan boord gekomen, de onmensenkundige, dikwijls grievende, behandeling der oudere officieren ondervond, zal dit ontkennen? Door schade en schande moest men trachten wijs te worden.

Men keek zooveel mogelijk van de oudere officieren af ook hun omgang met de minderen.

Aan verschillende gegronde klachten der bemanning van de vloot werd niet voldoende aandacht geschonken, sommige billijke grieven werden geheel genegeerd. Ook zij, die aan het Departement van Marine de lakens uitdeelden waren meerendeels gerecruteeerd uit de oude school. Het waren voornamelijk klachten over de voeding en de salarieering, aan welke zich spoedig -- vooral toen de klagers hierin aangemoedigd werden door een, onder redactie van het latere Kamerlid Staalman staand blaadje „Extra Tijding" klachten over onheusch optreden der officieren paarden.

Een, ook door bovengenoemd blad onderhouden, ontevreden geest openbaarde zich meer en meer.

In het najaar 1896 besloot de onderofficiers-vereeniging „Admiraal de Ruyter" zich in het vervolg ook bezig te houden met de verbetering van de positie der onderofficieren van de Marine.

In het „Gedenkboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van den Algemeenen Bond van Nederlandsche Marinematrozen", deelt de tegenwoordige redacteur van „Het Anker", Verstegen, uitvoerig mede, hoe hij met enkele andere matrozen het plan opvatte ook eene vereeniging in dien geest op te richten.

Wij lezen daarin:

„In die dagen scheen ook in de vereeniging „Admiraal de

Sluiten