Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

984

uit de pees.

Ruyter" wel fut te zitten. Zij (de onderofficieren) waren vol van de gehouden vergadering waar Staalman had gesproken, en mij wisten zij heel spoedig te vertellen, dat wij ook een vereeniging moesten oprichten.

Ik diende toen op de „Bellona" en broeide daar als kabelgast mijn plannen uit. Gottmer, met wien ik tamelijk bevriend was, ook daar aan boord, voelde ook veel voor een vereeniging en wij spraken er herhaaldelijk over. Maar hoe er aan te beginnen, dat was de quaestie.

Deze vraag hield ons al een paar dagen bezig, toen op zekeren avond, ik had de wacht, Bonarius, die op de „Kortenaer" diende en ook de wacht had, mij met een bezoek kwam vereeren. Ze hadden hem van mijn plannen ingelicht en hij voelde ook wel iets voor dat idée. We hakten daar aan boord van de „Bellona" 'savonds na theewater den knoop door en zouden beginnen. Ik nam op me, want daar was ik „beter geschikt" voor, meenden m'n confraters, om een advertentie te plaatsen in ,,'t Vliegend Blaadje", waarin de matrozen werden opgeroepen tot een vergadering", etc. Het gevolg was dat op den 22en Januari 1897 eene openbare vergadering gehouden werd, op welke vergadering besloten werd tot de oprichting eener vereeniging genaamd „Eendracht maakt macht" welke naam op de volgende vergadering veranderd werd in die van „Alge meene Bond voor Nederlandsche Marinematrozen".

Een bond, die ijveren zou voor lotsverbetering.

Dat de opkomende arbeidersbeweging in Nederland ook haar invloed op de Marine had uitgeoefend, was duidelijk.

II.

Op de statuten van den „Algemeene Bond voor Nederlandsche Marine-matrozen" werd de Koninklijke goedkeuring verkregen.

Gedurende de eerste jaren leidde de bond een betrekkelijk kwijnend bestaan, voornamelijk veroorzaakt door het ambulante leven en de veelvuldige overplaatsingen der bestuursleden. De oprichter, matroos le klasse Verstegen, was met Hr. Ms. „Zeeland" naar West-Indië. In het najaar 1898 was de bond zelfs heelemaal aan het verloopen en telde nog slechts + 80 betalende leden, toen Verstegen's diensttijd eindigde en hij reserve-matroos werd.

Onmiddellijk nam hij de zaak weder ter hand en schreef in November eene vergadering uit, waarin de vraag behandeld werd of de bond opgeheven moest worden, dan wel moest blijven bestaan.

Deze vergadering besloot met algemeene stemmen dat de bond zou blijven bestaan ; tevens werd besloten propaganda te maken.

In de Tweede Kamer was de bond nog niet besproken. Het was in die jaren voornamelijk het Kamerlid Staalman, die daar de grieven der bemanning besprak eii op vele ver-

Sluiten