Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pers.

989

— „Overigens wenscht de Minister den invloed van alle mogelijke militaire vereenigingen en bonden te fnuiken, voorzoover zij niet medewerken tot instandhouding van de militaire tucht".... en verder: ....„De militaire vereenigingen acht de Minister nuttig noch noodig, dus ongewenscht"....

De Minister trachtte door het verwijderen van slechte elementen, gelijktijdig met het aanbrengen van verschillende verbeteringen, den geest onder het personeel te verbeteren.

„Het Anker" werd op de vloot verboden, en het Hoofdbestuur van den bond, dat hij aansprakelijk stelde voor den inhoud van dat blad, herhaaldelijk uit den zeedienst ontslagen (o.a. ook de tegenwoordige administrateur A. W. Michels).

„Ik weet", zeide Minister Ellis, „dat een zestal maanden geleden door die partij (de sociaal-democratische) besloten is krachtiger in te werken bij de Marine en waar ik ook weet wat dit zeggen wil, moet ik wel daartegen ageeren, om voor mijn personeel te zorgen."

En de heer Hugenholtz antwoordde daarop dat hij zich niet veel resultaten voorstelde van de actie van den Minister; „de sociaal-democratie had wel voor heetere vuren gestaan".

De strijd ging hard tegen hard. De bond verspreidde een brochure over de kinderwerving. Er werd een buitengewone algemeene vergadering belegd, om te beslissen over de te volgen tactiek. „Het Anker" werd als officieel orgaan van den bond

losgelaten, maar het bleef bestaan, zonder dat de organisatie

er voor verantwoordelijk was.

Eindelijk - October 1904 - werd den Matrozenbond, op grond van afwijking zijner statuten, ingevolge uitspraak van den Hoogen Raad, de koninklijke goedkeuring ontnomen.

Niettemin hield hij het hoofd boven water. Gedurende het jaar 1905 was er - ten einde de bestuurderen te onttrekken aan de onaangename gevolgen — een geheim hoofdbestuur.

„Deze tijd", - zoo zegt de onlangs op last van het Hoofdbestuur verschenen en gratis op de vloot verspreide brochure „Vereenigt U" - „is voor den Bond geweest het louteringstijdperk".

Inmiddels waren ook onder het andere personeel van de vloot verschillende bonden opgericht, waarvan sommige slechts een kwijnend bestaan leidden, terwijl andere verdwenen, om spoedig in een eenigszins gewijzigden vorm weer te verschijnen.

Zoo was in 1901 de stokershond „Goetgeluk" opgericht, en was een „Algemeene Bond van Onderofficieren der Zeemacht" opgericht, waarin echter door tegenstrijdigheid van belangen verdeeldheid ontstond, zoodat de korporaals zich afscheidden en een „Bond van Korporaals" oprichtten.

Ook werd in 1906 de „Algemeene Mariniersbond" gesticht.

Dat van eene algemeene organisatie, waarbij zooveel mogelijk het geheele mindere personeel betrokken was, meer kracht uit kon gaan, was iets dat de bestuurderen van den Matrozenbond ook duidelijk inzagen, en hoewel aanvankelijk op eenige moei-

M. 1912-1913. 64

Sluiten