Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE PERS.

099

een flinke traktementsverhooging het ontstaan van den bond misschien kunnen tegengaan".

Zoeken wij naar eene duidelijker omschrijving van hetgeen de schrijver bedoelt met de behandeling, van het personeel „als menschen in den waren zin des woords", dan vinden wij dat daarmede bedoeld wordt: „dat men het medezeggingschap geeft in alle zaken, die hun eigen belangen raken en dat men daarbij de vakorganisatie erkenne als een kracht ten goede".

Daar gaat de strijd thans om; het is niet meer een strijd voor min of meer ingrijpende verbeteringen; het doel is thans niet meer: „de belangen van het mindere Marine-personeel te bevorderen", zooals het Reglement van den bond zegt ; de strijd gaat thans om de erkenning van het mede-zeggingschap van den bond. De strijd loopt over de verplaatsing van het gezag; het is een zuiver 'sociaal-democratische strijd geworden.

Medezeggingschap in alle zaken, die hun eigen belangen raken.

Medezeggingschap dus bij den bouw van schepen, waarbij de bond zich op het standpunt stelt dat hij alleen te maken heeft met de eischen van de bewoonbaarheid en het comfort van de leden der organisatie. Het compromis, dat elk oorlogsschip vormt, onderworpen aan de goedkeuring der organisatie.

Medezeggingschap in het regelen van eigen traktementen, pensioenen etc. Ziet wat „Het Anker" van 8 Juni 1912 hierover schrijft naar aanleiding der door den Minister ingestelde commissie tot' herziening der traktementsregeling van onderofficieren en minderen. In deze commissie waren benoemd 5 officieren en 4 onderofficieren.

Het artikel critiseert de samenstelling der commissie en vraagt waarom in deze commissie de voorzitter en desnoods twee leden van het hoofdbestuur van den bond geen plaats hebben gevonden.

„En dan", zoo staat er, „komt ook de vraag naar voren, waarom er nu in vredesnaam in deze commissie juist vijf, zegge vijf officieren zitting moeten nemen, vormende dus de meerderheid, om te oordeelen over de tractementsherziening en de -aan den Minister toegezonden adressen om lotsverbetering van het personeel beneden den rang van officier.

„Dat men één, zeg twee officieren er in benoemde, wij zouden het kunnen billijken, omdat er waarschijnlijk, let wel, waarschijnlijk, zich quaesties van technischen aard zouden kunnen voordoen, waarbij men de hulp van een officier van administratie of een zeeofficier niet zou kunnen ontberen.

„Maar 5 officieren, 3 onderofficieren en 1 korporaal, om een rapport uit te brengen over zaken, uitsluitend het mindere personeel rakend l), maakt dat op die commissie weer een zeker cachet wordt gedrukt".

U Dat is niet juist; de commissie brengt rapport uit over traktementsherziêning der onderofficierenen minderen.

Sluiten