Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VENERISCHE ZIEKTEN BIJ DE ZEEMACHT.

1107

b. Zoodanige maatregelen nemen, dat binnen een maximum aantal jaren de rang van matroos 1° kl., kwartiermeester en onderofficier wordt bereikt en op die wijze op een niet te ver gevorderden leeftijd een inkomen verdiend wordt, dat in staat stelt te huwen'. Ook dit is niet uitvoerbaar, want men kreeg te veel matrozen te kl., kwartiermeesters en onderofficieren. Een belangrijk deel van de werkzaamheden kan uitgevoerd worden door matrozen van de 3e en 2e klasse en Marine heeft er geen belang bij, dat ze binnen korten tijd hun examens voor hoogeren rang afleggen, want men zou ze niet naar dien rang kunnen salarieeren. Ook deze maatregel heeft ernstige practische bezwaren.

Zoo rest dan niet anders, dan dat de schepeling tot + 30 jaren het leven blijft lijden van den celibatair, zonder dat men van hem een kuis'chheidsgelofte durft vorderen. De vloot bemannen met seminaristen gaat ook niet.

c. De eventueele vrouw van den marineschepeling zoodanig in bescherming nemen, dat ze komt in een min of meer benijdbare positie, dat haar bestaansvoorwaarden, door het verschaffen van een vrouwelijken productie ven werkkring, verzekerd zijn en dat ze bij ziekte en tegenspoed met haar eventueel kroost verzorgd is. Ook dit schijnt wel niet uitvoerbaar.

d. Zoo blijven over goedkooper en kleiner maatregelen, verbodsbepalingen en een vlootpredikant met een beperkt inkomen. Het aanmoedigen tot afleiding brengend spel, het verschaffen van aangename en goede lectuur, een aangenaam cantineleven, in 't algemeen een stelsel als het tegenwoordige, waarbij den schepeling de gelegenheid tot zelfontwikkelingen zelf opbouwen bemoeilijkt wordt, omdat hij verlokt wordt zijn vrijen tijd door te brengen in de verstrooiing, missende den prikkel om' zich te sterken voor den strijd om het bestaan, die voor hem geen strijd is, zoo lang hij niet trouwt en zoolang hij zijn tafel gedekt 'vindt en voldoende woning en kleeding en loon om in zijn persoonlijke behoeften te voorzien. Zoo komen we tot de einduitkomst, dat Marine geen belang heeft bij een corps van vrijwilligers, die het leven ernstig gaan opvatten. Deden ze dat' en bekwaamden ze zich ook voor den strijd om het bestaan te land, dan zou het verloop niet te stuiten zijn. Marine heeft behoefte aan een groot aantal luchthartigen, wier aspiraties niet verder gaan dan den rang van matroos 3" en 2e klasse of hoogstens tot dien van le klasse, aangezien ze meerwaardige vrijwilligers op den duur niet zou kunnen salarieeren naar verdiensten'. En wat clan? Dan vervalt ook m. i. het recht buitensporige'hooge eischen te stellen aan de zedelijkheid, maar ook het recht om degenen te veroordeelen, die het „praeterea censeo" niet tot hun richtsnoer durven nemen, omdat zij dagelijks de bedroevende tafereelen onder de oogen krijgen, 'die de 'gevolgen van een ongebonden leven na zich slepen. Neen, niet de schepeling alleen heeft schuld, ook do maatschappij, die noodgedwongen met de moreel zwaksten zich

Sluiten