Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MINISTERIE VAN DEFENSIE. *)

. / 1 i, y...

Dat is dus de naam, die het troetelkind van dit kabinet zal ontvangen. Aanvankelijk meende men het „Landsverdediging" te kunnen doopen, maar daarmede bleef een groot deel van de taak der zeemacht zwevende, alles n.1.. - en dit is het grootste deel — wat ligt buiten de taak die zeemacht en landmacht gemeen hebben.

Intusschen doet de naam er weinig toe. Het Ministerie van Oorlog van thans vindt in zijn naam ook geen afspiegeling van zijn wezen. Het is alleen opvallend dat de bedenkers der combinatie niet naar een juisten naam zochten en dien vasthielden. Het geeft den indruk dat de bedenkers niet diep door dachten.

Wat voor de Marine van het meeste belang is, is dat het vroeger reeds meermalen geopperde denkbeeld thans vasten vorm heeft gekregen onder een kabinet, waarin een Minister van Marine ontbreekt. De heer Colijn is een vertrouwen wekkend Minister van Marine. Maar is in den Ministerraad een Marinestem gehoord bij de behandeling van het denkbeeld ? Had het de instemming van den Minister Wentholt en was het voor dezen een beginselzaak? Of was hij er tegen gekant en was dus ondergang met zijn halfwas-schip een welkome gelegenheid voor den Ministerraad om eenstemmig te worden, voor den Minister van Marine om uit het gedrang te komen? Het zoude voor velen een verklaring zijn waarom de heer Wentholt, die zoo hardnekkig Minister was, heenging zonder bepaalde noodzaak.

Maar indien deze Minister van Marine zich al tegen het denkbeeld heeft verzet, het Koninklijk besluit dat het gecombineerde departement instelt, mist de mede-onderteekening van een Minister van Marine. Wij moeten aannemen dat Marine-officieren niet alleen door den Minister Colijn, maar ook door de andere Ministers gehoord zijn. Dat alles kan echter het gemis dier medeonderteekening voor de Marine niet vergoeden.

II.

Doch ook in ander opzicht vergoedt de heer Colijn in deze een wezenlijken Minister van Marine niet. De Ministers van Buitenlandsche Zaken en van Koloniën die, gegeven de roeping der Zeemacht buiten de landsverdediging, van alle Ministers het meest bij de zaak betrokken zijn, kunnen zonder overleg met een volkomen verantwoordelijk te stellen Collega hunne meening niet vestigen. Zij kunnen er vóór zijn, nu ja. Maar

i) Zie Marineblad 27» jaargang, zesde aflevering bldz. 824,

Sluiten