Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET BEHEER VAN 's RIJKSWERVEN EN HET VOORNEMEN TOT AANSTELLING VAN EENEN AFZONDERLIJKEN DIRECTEUR VOOR 's RIJKSWERF TE WILLEMSOORD.

Naar aanleiding van de navolgende clausule, voorkomende in de Memorie van Antwoord, behoorende bij het Vle Hoofdstuk der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1913:

„Zoodra hieromtrent (n.1. omtrent de vraag of er voldoende „werk in vooruitzicht is om de werf te Amsterdam in stand „te houden) is beslist, en ook de eventueele reorganisatie der „beide andere werven vaststaat, zal stellig het denkbeeld worden „overwogen om tot de invoering eener zuiver commercieele „boekhouding over te gaan en zich daarbij te verzekeren van „de hulp van een buiten het bedrijf staanden accountant",

en de wijzigingen, aangegeven in de tweede nota van wijzigingen op datzelfde hoofdstuk, welke wijzigingen volgens die nota

„beoogen de instelling met ingang van 1 Juli 1913 van de „betrekking van een afzonderlijken directeur voor 's Rijkswerf „te Willemsoord en de daaruit voortvloeiende veranderingen in „de organisatie van het personeel op 's Rijkswerf en van de „Marinedirectie"

komt het mij gewenscht voor beide zaken, welke zooals nader zal blijken in veel nauwer verband tot elkaar staan, dan zoo oppervlakkig vermoed wordt, aan eene nadere beschouwing te onderwerpen.

Het zal ieder, die in het hier te behandelen onderwerp niet heelemaal een vreemdeling is, opgevallen zijn, dat in de laatste jaren van verschillende zijden de wensch is uitgesproken een juister inzicht te krijgen op den gang van zaken in alle Rijks industrieele ondernemingen in het algemeen en die op 's Rijkswerven in het bijzonder.

Waar de eerste een gevolg genoemd mag worden van den sociaal-oeconomischen ontwikkelingsgang der tijden, heeft de laatste nog een bijzondere, nader te ontvouwen, reden, welke beide samen geleid hebben tot de voornemens, uitgedrukt in bovenaangehaalde clausules in het wetsontwerp van hoofdstuk VI der Staatsbegrooting; voornemens, welke echter naar schrijvers meening, om nader te ontvouwen redenen, juist het tegendeel zullen uitwerken van datgene waarvoor zij opgesteld zijn, te weten verbetering in het beheer en bezuiniging te brengen van de takken van 's Rijksdienst, waarop ze betrekking hebben, in het onderhavige geval de Marine.

Zooals bekend, heeft de eigenaardige ontwikkeling der slagvloten van de verschillende maritieme naties ons voor de nood-

Sluiten