Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1134

over het beheer van 's rijkswerven

Dat de waarde dier daglijsten zeer juist is ingezien volgt wel uit de volgende feiten.

Ie zegt de eerste alinea van art. 17 van het hoofdstuk, dat het beheer en de administratie bij de werkvakken behandelt:

„Door de hoofden der werkplaatsen worden dagelijks de aangewende arbeidsloonen aangeteekend op de daglijsten";

terwijl nog verder de „Verschillende bepalingen (betreffende het aanhouden van daglijsten), enz." zeggen:

„Zij (de daglijsten) moeten dagelijks met zorg worden ingevuld door de commandeurs."

Hiermede is voor den zuiveren administrateur de zaak opgelost, doch ieder bedrijfschef weet, dat het verkrijgen van de juiste gegevens voor de daglijsten behoort tot de moeilijkste vraagstukken die zich in een bedrijf voordoen en dat iedere werf of werk er hare eigen manier op na houdt om aan de juiste gegevens te komen.

De bewerking van dit onderdeel echter, op de gegevens waarvan dus verder de geheele administratie en derhalve ook de boekhouding berust, heeft om hooger genoemde reden niet die aandacht gehad, die het verdiende en daarmede is de geheele administratie op losse schroeven gezet.

O.g. heeft dan ook reeds geruimen tijd geleden aan zijn chef een concept aangeboden van een plan tot inrichting eener juiste daglijstinvulling, waarvan hij uitvoering in het belang eener behoorlijke administratie dan ook ten sterkte moet blijven aanbevelen, en waarvan hij een afschrift de eer heeft hierbij te voegen.

Ik meen van deze gelegenheid gebruik te mogen maken op nog een andere groote fout die onze administratie aankleeft, te wijzen, en waardoor zij belangrijk meer tijd vordert en daardoor veel meer kosten met zich brengt dan noodig is, n.1. dat de werkuren op de Rijkswerven in zomer en winter niet gelijk zijn, terwijl het werkvolk op vast dagloon werkt, waardoor voortdurend omrekenen noodig is, terwijl dit aanleiding geeft tot voortdurend schipperen me*t het inschrijven der uren in de daglijsten. Een dergelijke fout kan echter alleen diengenen opvallen, die dagelijks in het bedrijf met de direct daaraan verbonden administratie zitten.

En hiermede ben ik gekomen aan het einde van mijn betoog.

Resumeerende kom ik dan tot deze conclusies: Het beheer van de werf, als hoofdzakelijk industrieele onderneming, behoort in handen van een bedrijfsteehnisch ontwikkeld man, waarvoor, om zoo weinig mogelijk veranderingen aan te brengen en geen onnoodige kosten te maken, een hoofdingenieur de aangewezen man is, terwijl de oudste ingenieur op kan treden als hoofd van het Vak van Scheepsbouw, waardoor tevens gelegenheid wordt gegeven uit de eerstaanwezende ingenieurs de inderdaad meest bekwame aan te wijzen voor hoofdingenieur.

Sluiten