Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1206

UIT DE PERS.

0. toch dat de scheepsverklaring is een buitengewoon bewijsmiddel eene uitzondering op het beginsel, dat men zich door eigenschrift geen bewijs kan scheppen en daarom de voorgeschreven vormen daarbij stipt in achtgenomen moeten worden;

O. dat eischeres er zich wel op heeft beroepen, dat 't hier geldt èen schip varende onder Belgische vlag toebehoorende aan een Belgische reederij en bestuurd door een Belgischen schipper en dat de Belgische wet aan de scheepsverklaring in een buiteiilandsche haven voor den Belgischen Consul afgelegd bewijskracht toekent, maar dit niet afdoet tegenover het feit dat onze wet op dit punt geen onderscheid maakt tusschen Nederlandsche en vreemde schepen en schippers;

0. dat al moest eischeres worden toegegeven dat waar de wet in de artt. 379-384 W. v. K. die deze materie regelen spreekt van schippers en schepen, zij niet anders dan Nederlandsche op het oog kan hebben gehad daar het niet op haren weg lag voorschriften te stellen aan vreemdelingen dan toch krachtens het beginsel neergelegd in art. 9 der wet houdende algemeene bepalingen; dat het burgerlijk recht van het Koninkrijk hetzelfde is voor vreemdelingen als voor Nederlanders, zoo lang de wet niet bepaaldelijk vaststelt die regeling evenzeer toepasselijk is voor vreemde schippers die hier te lande een scheepsverklaring willen afleggen en zich daarvan bedienen in een hier gevoerd geding, daar burgerlijk recht in gezegd art. 9 niet alleen de rechten maar ook de verplichtingen omvat en die bepaling dan ook nooit kan bedoeld hebben aan vreemdelingen tegenover Nederlanders meer recht of gemakkelijker bewijsvoering te verschaffen dan aan landgenooten;

0. dat hiertegen niet kan worden aangevoerd dat onze wet die in art. 380 toelaat in eene vreemde haven scheepsverklaring af te leggen voor den Nederlandschen consul en aan zoodanige verklaring bewijskracht toekent wederkeerig de verklaring door een vreemdeling voor zijn consul hier te lande afgelegd zou moeten erkennen, dat 't hier niet gaat om de vrijheid tot het afleggen van scheepsverklaring maar om de vraag welke bewijskracht daaraan is toe te kennen en elke wetgever daarover op zijn gebied heeft te beslissen, gelijk dan ook door ons artikel niet beslist wordt over de bewijskracht in het vreemde land aan de voor onzen consul afgelegde scheepsverklaring te hechten;

0. dat eischeres bij pleidooi nog een beroep heeft gedaan op de tegenwoordig geldende beginselen van internationaal privaatrecht, welke zouden medebrengen dat een schip overal geregeerd wordt door zijn nationale wet, doch wat hiervan zij, op het gebied van het materieele recht, in elk geval hier waar het geldt eene vraag van formeel recht immers of de bedoelde verklaringen in den vereischten vorm zijn opgemaakt om in het proces als bewijsmiddel te kunnen dienen ook volgens de bedoelde beginselen, de wet van het land waar het geding gevoerd wordt moet beslissen;

Sluiten